Hoe ontstaan ziekten?

Onlangs schreef iemand hier dat zijn reumatoïde artritis ‘in zijn DNA’ zit. Vandaag de dag bestaat de neiging om het erfelijk materiaal als Grote Lotsbeschikker te zien. Er sluipen ‘fouten’ in en als je die fouten erft, word je onherroepelijk ziek. We hebben inmiddels reuma-genen, borstkanker-genen, diabetes-genen… Maar zo zwart-wit is het zelden.

Hoe ontstaan ziekten? Evolutionair gezien zijn ziekten qua oorzaak onder te verdelen in een verrassend klein aantal categorieën. In de eerste plaats zijn veel ‘kwalen’ geëvolueerde verdedigingsmechanismen en alarmsystemen. Pijn, koorts en hoesten zijn vervelend, vaak nutteloos, maar soms ook levensreddend. Koorts vergemakkelijkt de oorlog tegen ziektekiemen. Bloedarmoede is vaak een gezonde reactie op een infectie. Ziekmakende bacteriën hebben ijzer nodig om in het lichaam te kunnen overleven. Bij een infectie haalt het lichaam automatisch zoveel mogelijk ijzer uit de bloedbaan naar de lever. Zo kan het immuunsysteem beter afrekenen met de ziektekiem. Tijdelijke bloedarmoede is minder erg dan een potentieel dodelijke infectie. Het geven van ‘staalpillen’ is in zulke gevallen natuurlijk niet slim. Diarree is een radicale manier van het lichaam om snel van een ziekteverwekker af te komen. Wanneer mensen met een voedselvergiftiging medicijnen tegen diarree nemen, blijven ze aanzienlijk langer ziek of gaan zelfs dood. Zwangere vrouwen hebben vaak last van ‘ochtendziekte’. In de periode dat de foetus een kritieke ontwikkeling doormaakt, worden vrouwen misselijk van sterke geuren en smaken en zijn ze erg kieskeurig met eten. Dit mechanisme beschermt het kind, wordt verondersteld. Wanneer ochtendziekte met medicijnen wordt onderdrukt, neemt het risico op geboorteafwijkingen fors toe.

De tweede groep ziekten is het gevolg van de voortdurende competitie tussen ons lichaam en de micro-organismen in onze omgeving. Ons immuunsysteem is razend slim en heeft vaak een goed antwoord op de biologische oorlogsvoering. Maar een ziektekiem evolueert in één dag meer dan de mens in honderdduizend jaar. Dat maakt ons betrekkelijk kwetsbaar. “In 1969 stelde het hoofd van de Amerikaanse Gezondheidsraad dat de strijd tegen infectieziekten dankzij antibiotica en vaccinatie was gewonnen,” zei microbioloog Alexander Thomasz onlangs. “Dat was een naïef idee. De Darwinistische strijd gaat door. Microben zullen altijd slachtoffers maken.”

Nieuwe omgevingsfactoren die botsen met ons oude genoom bezorgen ons de derde groep ziekten. De Grote Drie – kanker, hart- en vaatziekten en diabetes – zijn de volksziekten van de westerse wereld. Lang dachten artsen en onderzoekers dat de opmars van deze ziekten de prijs is voor onze fors toegenomen levensverwachting. Hoe ouder we worden, hoe meer kans we immers lopen ze te ontwikkelen. Deze op het oog logische redenering is niet waterdicht. Ten eerste werden ook vroeger heel wat mensen oud tot stokoud. De levensverwachting was weliswaar laag, maar dat was vooral een gevolg van de enorme kindersterfte. Wie de kwetsbare jeugd overleefde, had haast net zo veel kans 70 of ouder te worden als wij nu. Die oude mensen hadden minder last van hart- en vaatziekten en kanker dan wij. Diabetes was een zeldzaamheid. Een andere observatie die tegen deze verklaring pleit, komt van koloniale artsen en medisch antropologen. Al zeker twee eeuwen zien zij dat traditioneel levende jager-verzamelaars geen last hebben van De Grote Drie, al worden ze nog zo oud. Zodra zulke mensen ‘westers’ gaan eten, ontwikkelen ze al onze ziekten. Vanuit evolutionair perspectief is dit logisch. Ons huidige genoom is gevormd in de honderdduizenden jaren dat mensen leefden als jager/verzamelaars. Pas zo’n 6000 jaar geleden begonnen we met landbouw en gingen we op grote schaal graan eten. Dat ging gepaard met een daling van de levensverwachting en een enorme verslechtering van de gezondheid. Graszaden als tarwe hebben zich miljoenen jaren gespecialiseerd om niet opgegeten te worden. Ze beschikken over gifstoffen die ons lichaam voor de gek houden. De mensen die er echt niet tegen konden, stierven snel uit. Wij zijn afstammelingen van mensen die er net goed genoeg tegen konden om zich te kunnen voortplanten. De beheersbaarheid van de voedselvoorziening maakte vervolgens een bevolkingsexplosie en de beschaving mogelijk. In de afgelopen honderd jaar deden nog veel meer ‘vreemde’ voedingsmiddelen hun intrede. Niet alles wat ‘nieuw’ is, is per definitie slecht. Bepalend is of een voedingsmiddel een mismatch met ons oude genoom vormt. Evolutiegeneeskundigen isoleerden drie nieuwkomers die de pandemie van De Grote Drie kunnen verklaren: tarwe, suiker en linolzuurrijke plantaardige vetten. Diverse kleinere studies laten zien dat met name diabetes type 2, hart- en vaatziekten en sommige auto-immunziekten spontaan genezen wanneer mensen deze drie uit hun voeding weglaten.

Veel ziekten zijn erfelijk, de vierde categorie. Je moet genetische aanleg hebben om zo’n kwaal te ontwikkelen. We zijn geneigd om die aanleg aan ‘fouten’ of ‘afwijkingen’ toe te schrijven. Maar in veel gevallen is een genetische ziekte het resultaat van een soort evolutionaire ruilhandel. Sommige gevaarlijke mutaties blijven in stand, omdat ze onder bepaalde omstandigheden voordeel bieden. Een goed voorbeeld is sikkelcel-anemie, een erfelijke vorm van bloedarmoede. Patiënten met deze ziekte hebben afschuwelijke pijn en sterven jong. Waarom is een gen dat zo’n dodelijke ziekte veroorzaakt niet lang geleden weg geselecteerd? Antwoord: omdat het sikkelcelgen vrijwel volledige bescherming biedt tegen malaria. Wie van één ouder een sikkelcelgen erft, is immuun voor malaria, maar krijgt ook geen sikkelcelanemie. In de vele gebieden op aarde waar malaria nog altijd een belangrijke doodsoorzaak is, zijn deze mensen Darwinistisch gezien veel fitter dan mensen zonder sikkelcelgen. De prijs voor dit overlevingsvoordeel is het risico dat een individu het gen van beide ouders erft en dus jong sterft. Dit individuele risico weegt niet op tegen het voordeel voor de groep. Althans, zolang malaria een serieuze bedreiging vormt. Voor taaislijmziekte geldt hetzelfde. Wie het gen voor deze ziekte van beide ouders meekrijgt, is onherroepelijk het haasje. Dit onfortuinlijke lot treft 1 op de 2500 blanke kinderen. De ziekte is doorgaans fataal. Onlangs ontdekte Gerald Pier van Harvard Medical School dat het gen bescherming biedt tegen tyfus. Wie één taaislijmziekte-gen draagt, krijgt géén taaislijmziekte en is immuun voor tyfus. Nog niet zo lang geleden maakte tyfus ook in Nederland enorme aantallen slachtoffers en hadden dragers van een taaislijmziekte-gen een groot overlevingsvoordeel. Nu tyfus dankzij vaccinatie geen bedreiging meer vormt, is het gen volgens deskundigen alleen nog maar nadelig. Ze vermoeden dat het langzaam uit de bevolking verdwijnt.

Evolutie is eenrichtingsverkeer. Als een structuur of functie eenmaal is gevormd, raakt een soort hem nooit meer kwijt. Zo moeten onze grote hersenen nog dagelijks ontzettend hun best doen om het primitieve reptielenbrein diep in ons hoofd in toom te houden. De vijfde categorie ziekten komt dan ook voort uit oude ‘ontwerpfoutjes’. Neem het oog. Het hoornvlies heeft precies de juiste kromming, het regenboogvlies past zich volmaakt aan aan de lichtsterkte en de lens aan de afstand tot een voorwerp. Er wordt een keurig scherp beeld op ons netvlies geprojecteerd. Een subliem staaltje ontwerpkunst. Maar bij het netvlies zelf heeft de evolutie duidelijk zitten slapen. In tegenstelling tot bij sommige andere soorten lopen bij ons bloedvaten en zenuwen dwars door het netvlies. Daardoor ontstaat een blinde vlek op het punt waar ze het oog verlaten. Ernstiger: deze onnodige constructie maakt het netvlies gevoelig voor loslating, wat tot blindheid leidt. Andere lastige of potentieel gevaarlijke ‘foutjes’ zijn onze blinde darm, onze verstandskiezen en onze zwakke onderrug, die niet echt goed is berekend op de gewoonte om rechtop te lopen. Voor dat laatste euvel heeft de evolutie overigens misschien een onverwachte oplossing. Onlangs zei Loren Cordain, uiteraard met een knipoog: “Onze huidige omgeving selecteert sterk voor overgewicht en bewegingsarmoede. Individuen die daar tegen kunnen, zijn beter aangepast en dus het fitst. Als we zo doorgaan, evolueert de mens vanzelf in een bal die zich rollend kan voortbewegen.”

Kanker: nieuwe soorten in ons eigen lichaam

Kanker is in feite een uit de hand gelopen evolutieproces in ons eigen lichaam. Bij de celdeling worden telkens foutjes gemaakt. Daardoor ontstaan gemuteerde cellen die niets meer te maken hebben met onze eigen cellen. Ze hebben hun eigen DNA en vormen in feite een nieuwe soort. Het lichaam heeft allerlei slimme mechanismen om zulke mutaties uit te schakelen. Maar zoals bioloog Robert Weinberg, auteur van ‘The Biology of Cancer’, zegt: “Ons lichaam ondergaat gedurende het leven miljarden celdelingen, dus er is een enorm potentieel voor rampen.” Naarmate we ouder worden, neemt de kwaliteit van de veiligheidsmechanismen af. Daardoor blijven steeds meer mutaties in leven. Die mutaties gaan concureren met onze gezonde cellen. Ze verzinnen allerlei trucs om hun overlevingskansen te vergroten. Ze hebben het vooral voorzien op het hormoon insuline, dat de brandstof glucose in de cellen helpt. Kankercellen kunnen namelijk uitsluitend op suiker leven. Om bij die suiker te komen, hebben ze veel meer receptoren voor insuline dan onze eigen cellen. Daardoor hebben ze in een omgeving met veel insuline en glucose een sterk overlevingsvoordeel. De belangrijkste motor van kanker is een voeding die hoge bloedsuiker- en insulinespiegels uitlokt, suggereert steeds meer onderzoek.

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

10 reacties op Hoe ontstaan ziekten?

  1. George zegt:

    Zijdelings heeft het volgende artikel hier wel mee te maken: hoe kom je er van af? In dit geval van overgewicht (en dus met de daarbij behorende ziekten), niet erg makkelijk: The Fat Trap:
    http://www.nytimes.com/2012/01/01/magazine/tara-parker-pope-fat-trap.html?_r=1
    en eventueel: http://sweatscience.com/the-fat-trap-and-biological-determinism/
    and good ol’ Stephan (met altijd interessante commentare van lzers): http://wholehealthsource.blogspot.com/2012/01/new-york-times-magazine-article-on.html#more

  2. Kirsten zegt:

    Goed overzicht. Dit is precies wat tijdens de cursus evolutionaire gezondheid ook aan bod is gekomen. Heb jij die soms ook gevolgd?
    Een van de metamodellen van de evolutionaire gezondheid (weet je nog Henriëtte) is dat alles om energie draait. Als je ziek bent (bijvoorbeeld griep) hoor je je terug te trekken. Een van de redenen is dan dat je de kans verkleint dat je anderen besmet, maar ook omdat je lichaam de energie nodig heeft voor het immuunsysteem. Niet/weinig eten heeft dus een functie. Er moet geen energie verspild worden aan vertering.
    Wanneer een bepaald orgaan slecht functioneert en daarom alle energie wegtrekt uit je lichaam, kan zich dat uiten in bijvoorbeeld (chronische) vermoeidheid of andere slecht werkende organen. Het heeft dan geen zin om de symptomen te bestrijden, maar je moet dat ene slecht werkende orgaan zien op te sporen en te herstellen. De huidige geneeskunde is (naar mijn idee) veel te veel gericht op de directe symptoombestrijding en zoeken niet naar de échte onderliggende problematiek.
    Ook vruchtbaarheidsproblemen kunnen te maken hebben met een tekort aan energie. Wanneer je een tekort aan energie hebt, is het voor een organisme niet logisch om zich voort te planten. Wanneer middels kunstgrepen toch een zwangerschap wordt bewerkstelligd, zie je ook dat er een veel grotere kans is op problemen tijdens de zwangerschap.
    Dus afgezien van de genetische afwijkingen en de ontwerpfoutjes heeft ziek worden te maken met een tekort aan energie op een bepaald gebied.

  3. Van Breukelen zegt:

    “De Grote Drie kunnen verklaren: tarwe, suiker en linolzuurrijke plantaardige vetten. “
    Even een vraag, bedoel je hiermee enkel en alleen tarwe of bedoel je hiermee ook alle andere granen?
    James Pot vertelde onlangs dat spelt niet die kwalijke eigenschappen heeft.

    • Hoi Van Breukelen,

      Cordain et al merken alle granen aan als problematisch, maar zien tarwe als ‘worst offender’. Spelt heeft minder gluten, maar is beslist niet glutenvrij. Of de diverse lectinen in spelt qua bioactiviteit in mensen veel verschillen van die in tarwe, weet ik niet.

    • James Pott zegt:

      Ik kan me niet herinneren dat ik dat gezegd heb, maar het komt er op neer dat spelt die eigenschappen in mindere mate bezit. Hetzelfde geldt voor emmer en einkorn. Zoals waarschijnlijk bekend hebben onze ooster buren altijd een grotere voorliefde voor spelt (Dinkel) gehad. De gluten in spelt zijn korter dan in de moderne tarwe. Volgens Davis zijn ze het meest bezwaarlijk in de moderne dwarf en semi-dwarf varieteiten.
      Bovendien kun je bij spelt het ‘cardboard’ rustig weglaten want er zit geen enkele voedingswaarde of nut in, terwijl de meel lichaam van spelt wel de voedingswaarde bezit.. Vezels kun je beter uit je groente halen.
      Maar hoe oud ook, het blijft een graszaad en gras is er niet bij gediend om door ons opgegeten te worden, maar om door ons zo snel mogelijk weer geelimineerd te worden (netjes he) en op een andere plek netjes verpakt gedeponeerd.

      • Van Breukelen zegt:

        Pott, je vertelde dit aan mij op een ander website, F. Daarbij vertelde je ook dat spelt geen gist nodig heeft om een brood te bakken. Het was een gezellig kletsverhaaltje. Ik heb dat uitgeprobeerd. Opmerkelijk! Het duurde een tijdje. Zes uur bij een temperatuur van veertig graden celsius. Maar het werkt. Een voortreffelijk broodje.
        Verder bedankt voor jullie beiden antwoord. Ik hoop er mijn voordeel mee te doen.

  4. James Pott zegt:

    Van Breukelen dat het met baking soda gaat (bi carbonaat) wil niet zeggen dat het niet met gist kan, maar sommige mensen zullen alles in het werk stellen om gist te vermijden. Zodoende. Als ik destijds gezegd heb dat er geen gluten inzitten dan is dat verkeerd over gekomen, waarvoor mijn verontschuldigingen.. Zo zie je maar weer, een disclaimer is vaak op zijn plaats: Ik doe wel net alsof ik er wat vanaf weet maar je moet het zelf wel goed natrekken of die Pot er niet een loopje mee neemt. Blij in ieder geval dat het een voortreffelijk broodje werd.

  5. Henriëtte Das zegt:

    Goed verhaal Melchior! Mij was het ook opgevallen; de opmerking “het zit in mijn genen”. In ieder mens zitten genen die voor een hoop ellende kunnen zorgen. Maar waarom krijgt 1 mens binnen een gezin een bepaalde aandoening en de broers of zussen niet? Terwijl je toch echt dezelfde genen hebt. Dit heeft alles te maken met Epi-genetica. Hierbij wordt gesteld dat het tot expressie komen van bepaalde genen te maken heeft met de omgevingstoestand van het individu vanaf de conceptie ( en zelfs eerder de toestand van je moeder en zelfs oma) . Dit komt bijvoorbeeld ook tot uiting in het feit dat mensen die in de baarmoeder tijden van schaarste gehad hebben in het leven meer aanleg zullen vertonen tot overgewicht en diabetes. Zo zie je ook bijvoorbeeld bij de Chinese bevolking dat diabetes daar enorm toeneemt. Hier hebben generaties lang mensen veel honger geleden en is men zeer efficiënt geworden met het omgaan met energie. Nu China zich steeds meer ontwikkeld, de voedselschaarste afneemt en, heel belangrijk, de westerse manier van eten zijn intrede gedaan heeft zie je daar diabetes schrikbarend toenemen. Je zou kunnen stellen dat de aanleg voor diabetes in hun genen zit, maar dat deze door de veranderde leefomstandigheden pas tot uiting komt.
    Over kanker: Eigenlijk heeft ieder mens met overgewicht last van diffuse ontstekingen in het vetweefsel. Worden deze ontstekingen niet opgelost, en eet men koolhydraat rijk voedsel dan kunnen deze ontstekingen gaan ontsporen en aanleiding vormen tot diverse ziekten en aandoeningen bijvoorbeeld: Ziekte van Alzheimer, nierziekten, te hoog cholesterol, ziekte van Parkinson, artritis (rheumatoïde en slijtage), allergieën, ziektes van de luchtwegen, infecties, hartaandoeningen, ziekte van Crohn, hypoglykemie, osteoporose en verschillende vormen van kanker. Heeft een mens dan ook nog veel Omega 6 in zijn voeding, wat ontstekingen bevordert, dan vergroot de kans op deze aandoeningen.
    Over de linken van George: inderdaad zie je dat het lichaam een mens die veel is afgevallen daarna makkelijker weer aankomt. In mijn opinie heeft dit ook te maken met Setpoints. Een setpoint is het gewicht waarop je gedurende langere periode gefunctioneerd hebt. Het lichaam heeft met dat gewicht een homeostase bereikt. Je computer is als het ware ingesteld op: zoveel energie naar de hersenen, zoveel naar de darmen, etc. Tijdens het proces van afvallen zie je vaak dat mensen rond een gewicht dat ze in het verleden gehad hebben blijven steken met afvallen. Het lichaam herkent dat gewicht en denk als het ware: “he dit herken ik, das makkelijk, ik heb daar nog een programmaatje voor in de kast liggen om hier gelijk in homeostase te komen”.
    Het kenmerk van een setpoint, in mijn ervaring, is dat mensen dan maximaal 4 weken geen gewicht verliezen, maar dat hun lichaam wel slanker wordt. Als mensen op hun streefgewicht komen is dat op dat moment voor het lichaam geen homeostase, het lichaam moet opnieuw een evenwicht bereiken. Maar dat kost energie en energie is kostbaar. Het lichaam zal dan zijn best doen om naar het vorige punt van homeostase te gaan (het dichts bijzijnde setpoint), en helaas is dat altijd een zwaarder gewicht. Hierom is het op zich niet moeilijk om af te vallen, maar wel om op gewicht te blijven. Het leuke is dat als mensen Paleo eten, die gewichtstoename bijna niet plaats vindt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s