Mid-Victorianen: Gezonde bikkels op een paleo-eiland in de tijd

men-at-work-art-and-labour-in-mid-victorian-britain

Wij kijken voor een idee van hoe wij gedurende het grootste deel van onze evolutie van aap tot Homo sapiens hebben geleefd naar de periode tot ongeveer 10.000 jaar geleden. Noodgedwongen wenden we ons tot de fossil record. Die laat zien dat mensen voor de grootschalige introductie van met name graan een robuuste gezondheid hadden, al gingen velen van hen vermoedelijk vrij vroeg dood als gevolg alle risico’s die een leven in het wild meebrengt. De overgang naar een graangebaseerde voeding ging gepaard met een enorme achteruitgang van gezondheid en levensverwachting. Critici van het paleo template voeren vaak aan dat we niet weten wat we voor de introductie van de landbouw precies aten. Dat we in elk geval nauwelijks granen en andere acellulaire koolhydraten, geen geëxtraheerde zaadoliën en nauwelijks geraffineerde suiker tot onze beschikking hadden, is voor hen niet relevant. Het valt volstrekt buiten hun niet evolutionaire referentiekader. Afwezigheid van welvaartsziekten in contemporaine jager/verzamelaars of horticulturalisten schrijven zij toe aan ‘gunstige polymorfismen’, niettegenstaande de consistente waarneming dat deze groepen ook ziek worden – en meestal zieker dan wij – wanneer ze een westerse leefstijl overnemen.

Het is daarom erg aardig dat twee Britse onderzoekers, Paul Clayton en Judith Rowbotham, heel grondig hebben gekeken naar het leven van de Mid-Victorianen, de Victorianen die een groot deel van hun leven leefden tussen grofweg 1850 en 1880. De Britten voerden toen al een bijna dwangmatig precieze bevolkingsstatistiek en ze hadden bovendien een voor die tijd excellente medische kennis. Ze wisten wat een hartinfarct was, herkenden een beroerte en hadden accurate prognoses van het verloop van verschillende vormen van borstkanker. Clayton en Rowbotham stelden vast dat de levensverwachting van Mid-Victorianen na het vijfde levensjaar net zo goed was als of beter dan die van ons nu en dat de incidentie van degeneratieve ziekten slechts 10 procent bedroeg van die van vandaag. Een nadere beschouwing van de Mid-Victoriaanse leefomstandigheden leerde de onderzoekers dat deze mensen op een soort softpaleolitisch eiland in de tijd zaten. De gewone man (m/v) verzette enorme hoeveelheden werk. Navvies, zeg maar grondwerkers, schepten op een werkdag routinematig 20 ton aarde van de grond tot boven hun hoofd. Hun conditie en energieverbruik waren fenomenaal. Ze hadden ook een nagenoeg ideale voeding. In een soort horticulturalistisch interbellum tussen de schrale Middeleeuwen en de invasie van graangebaseerde crap rond het begin van de twintigste eeuw, hadden ze de beschikking over grote hoeveelheden lokaal geproduceerde groenten, fruit, zetmeelrijke knolgewassen als koolraap, vis, schaaldieren, per definitie grasgebaseerd vlees, eieren en noten. De grootste geconcentreerde vetbron was ‘drippings’, rundervet. Clayton en Rowbotham noemen ook bonen en volle granen, maar als je hun uitgebreide analyse goed leest, kun je bijna niet anders dan constateren dat die twee niet het leeuwendeel van de energie leverden. Alcohol en tabak waren schaars. Ondanks vaak ‘minder voordelige’ woon- en werkomstandigheden, gebrek aan schoon water en fatsoenlijke sanitaire voorzieningen en de constante dreiging van infectieziekten waartegen nog geen afdoende interventie bestond, waren deze bikkels veel gezonder dan wij. Zelfs de voor een gezonde HPA-as fnuikende neolithische klassenverschillen leken hen niet te deren.

Vanaf ongeveer 1890 gingen de arbeiders onder invloed van een explosief groeiende import en de opkomst van de moderne voedingsindustrie steeds meer over op een ‘verbeterde’ (lees ziekmakende, ontstekingsbevorderende, immuundisruptieve) voeding van brood, overige meelspijzen, nog meer meelspijzen, pap, suiker en later margarine. Hun gezondheid kelderde. Het softpaleolitische eiland in de tijd was voorbij. Mensen verloren hun tanden op jonge leeftijd. Kanker, diabetes en hart- en vaatziekten grepen om zich heen. Het leger moest haar aannamecriteria drastisch naar beneden bijstellen, want er waren nauwelijks gevechtsdeugdelijke jongens meer. Beter een krukkenleger, dan helemaal geen leger. In 1904 riep de Britse overheid een Comité ter Bestrijding van Fysieke Aftakeling in het leven. Het bestond uit voorlopers van de latere epidemiologen en voedingsdeskundigen. Het resultaat laat zich raden. Ze trokken exact de verkeerde conclusies en zouden dat in de decennia erna blijven doen. Conclusies waarvan we nog steeds niet zijn hersteld en waarvan we als bankzittende, graangebaseerde samenleving ook niet zullen herstellen.

Eigenlijk wilde ik absoluut geen nieuwe post plaatsen, maar ik werd toch een beetje beroerd van dat plaatje met spelt in het vorige stukje😉.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

83 reacties op Mid-Victorianen: Gezonde bikkels op een paleo-eiland in de tijd

  1. Jo tB zegt:

    Het is een interessant onderzoek, maar hoe hebben ze de statistieken geïnterpreteerd? Hebben ze gekeken naar de verschillende klassen in de bevolking? London was in die tijd al een stinkende stad met veel armoede onder de laagste klassen. Als ik me de geschiedenis herinner is rond die tijd de riolering aangelegd, die nog steeds bestaat. De middenklasse had het goed, kon zich steeds meer permitteren. En in die tijd is de low carb beweging begonnen. William Banting schreef in 1869 zijn beroemd geworden “Letter on Corpulence” uitgegeven onder eigen beheer. De establishment heeft zijn behandelende arts verguist, maar onder het publiek vond het gretig aftrek.

    Misschien op het platte land was het beter gesteld met de bevolking. Ook daar heerste armoede, en trokken veel mensen naar de stad om 12 uur in een fabriek te werken, met alle gevolgen van dien met vitamine D gebrek.

    • “Hebben ze gekeken naar de verschillende klassen in de bevolking?”

      Ja. De rijken waren wat minder gezond, maar toch nog aardig fief. Ze hadden hoogstwaarschijnlijk wat meer toegang tot meelspijzen en suiker. De overgangen zijn niet scherp afgebakend. Banting was zoals we weten al een full blown brood-eter.

    • Altijd weer leuk.

      Banting:

      My former dietary table was bread and milk for breakfast, or a pint of tea with plenty of milk, sugar, and buttered toast; meat, beer, much bread (of which I was always very fond) and pastry for dinner, the meal of tea similar to that of breakfast, and generally a fruit tart or bread and milk for supper. I had little comfort and far less sound sleep.

  2. Jo tB zegt:

    Ik heb het wetenschappelijk artikel gelezen en heb het hoofdschuddend van ongeloof gelezen. Hier is wat mij opviel in dit artikel.
    Ze gebruiken “a range of historical evidence” om tot hun conclusive te komen. Ze zeggen zelf: They are also in marked contrast to popular views about Victorian squalor and disease, views that have long obscured the realities of life and death during that ‘period of equipoise’ Het is algemeen bekend hoe slecht de levensomstandigheden van grote groepen van de bevolking waren. Om te suggereren dat ze gezonder dan wij vind ik doet onrecht aan de erbarmelijke omstandigheden van de bevolking.

    By 1850, as revealed by the 1851 census, more Britons were living and working in towns than in the countryside. Dat is bekend. Maar dan vervolgen zij: Traditionally, urban life expectancy was significantly lower than rural life expectancy, but from the mid-Victorian period on this difference disappears. In wiens ogen? Van de armen of van de welgestelden?

    For the very poor, towns remained deeply unpleasant places to live, and it can be argued that for many, the social structure of towns even got worse. As more of the working classes moved into towns, more of the middle classes moved out to create the beginnings of suburbia.

    Traditionally, parliament had always sought to protect the income of farmers and landowners (dat zijn groot grondbezetters en geen keuterboertjes). Die hadden het zo arm dat zij naar de stad moisten trekken om geld te gaan verdienen in de fabrieken van de grote industrieëlen.

    These kept the price of grain at a level that ensured agricultural prosperity (voor de groot grondbezetterts), but they had a disastrous effect on the price of food.

    It was the development of the railway network that actually brought the fruits of the agricultural and political changes into the towns and cities, and made them available to the mid-Victorian working classes (middle classes, niet de arme sloebbers in de slums van de East End in London).

    Britain had created a global market drawing in the products of colonial and US agriculture, to provide ever-cheaper food for the growing urban masses (de midden klasse, niet de werkende massa). Als je een schijnloontje ontvangt dan kun je amper wat brood veroorloven en absoluut geen fruit.

    It shows that medical advances allied to the pharmaceutical industry’s output have done little more than change the manner of our dying. The Victorians died rapidly of infection and/or trauma, whereas we die slowly of degenerative disease.

    The vast edifice of twentieth century healthcare has not enabled us to live longer but has in the main merely supplied methods of suppressing the symptoms of degenerative diseases which have emerged due to our failure to maintain mid-Victorian nutritional standards

    The majority of even the poorest mid-Victorians lived well. Ze moeten hun roze bril maar eens afzetten, dit vind ik absoluut ongeloofwaardig. Hoe kunnen ze zo iets beweren met de allende van de sloppenwijken voor ogen. In die tijd vertrok men massaal naar de steden omdat ze geen bestaansrecht meer hadden op het platte land.

    Men worked on average 9–10 hours/day, for 5.5 to 6 days a week. Het is algemeen bekend, dat men in de fabrieken dagen van 12 uur moesten maken. Mannen, vrouwen en kinderen moesten meewerken om aan geld te komen om het gezin in leven te houden.

    The daily dress (of women) up to the 1890s at least (when the development of the tailor-made costume reduced both corseting and the weight of numerous layers of fabric) involved real physical effort just in moving around. Waar halen ze deze onzin vandaan?,Korsetten waren voor de hoge dames. De fabrieksarbeidsters hadden geen korsetten, laat staan meerder lagen. Vaak was het zo dat kinderen op blote voeten liepen omdat er geen geld voor schoenen was.
    Male leisure activities such as gardening and informal football also involved substantial physical effort. Ja voor de rijke middenklasse.

    The working class diet was rich in seasonal vegetables and fruits; with consumption of fruits and vegetables amounting to eight to 10 portions per day. The mid-Victorian diet also contained significantly more nuts, legumes, whole grains and omega three fatty acids than the modern diet. Ja weer voor de rijke middenklasse.

    Kijk, bij hun slotzin kwam de aap uit de mouw.
    Do not, therefore, look to the drug companies to provide remedies for the appalling state of our health; nor to our politicians who seem unable, in many cases, to see far beyond the brims of their parliamentary troughs. Look, instead, to the food and beverage industries, and to a lesser extent the supplement companies, who may well step up to the plate with better designed foods and nutritional programmes once the currently profoundly counter-productive regulatory system has been re-drafted.

    I rest my case.

    • willem zegt:

      Ik lees… en lees, Jo…
      Hoe leg jij deze laatste alinea eigenlijk uit?

    • Welke aap?

      Deze onderzoekers zoeken het in micronutriënten. Ze staan een verrijkte voeding voor. Daarmee hoef je het niet eens te zijn. Ik ben het er absoluut niet mee eens. Maar hun bias doet niets af aan hun documentatie van de levensverwachting en gezondheid van de Mid-Victorianen. Ze hebben er grondig naar gekeken. Ik durf niet zomaar te beweren dat het nonsens is.

  3. Our recent research indicates that the mid-Victorians’ good health was entirely due to their superior diet.

    Dat vind ik dan wel wrang, als je bedenkt dat er in die periode miljoenen Britten (nl. Ieren) stierven van de honger, in een reeks hongersnoden. Hoeveel miljoen, weten we niet. Zij zijn niet geteld. Blijkbaar tellen ze ook in dit onderzoek niet mee.

    • Deze onderzoekers hebben gekeken naar Engeland, niet naar Ierland. De Great Famine wordt overigens nadrukkelijk genoemd in het artikel. Ik zou alle referenties moeten uitpluizen om te kijken of het geschetste beeld accuraat is. Maar waarom zouden ze de boel bij elkaar verzinnen? We hebben wel meer verwrongen beelden van de geschiedenis, die bij gedegen bronnenstudie niet blijken te kloppen.

      • Jo tB zegt:

        Je zou je de moeite kunnen besparen om de referenties na te pluizen, je weet toch dat onderzoekers referenties bij zoeken die hun standpunt bevestigen, niet de referenties die hun argument zullen ontkrachten.

    • Jo tB zegt:

      Ik ben het met jou eens, dat de Irish famine ook met Brittain te maken had. Het was Willem van Orange (ja de onze, die ook koning van Engeland was) die de landbouw in handen van de groot grondbezitters uit Engeland heeft gegeven, en alle opbrengst ging naar Engeland toe. Ten koste van de Ierse bevolking.

  4. Wie zullen we geloven Jo? Deze mensen hebben hier heel goed over nagedacht.

    http://jrsm.rsmjournals.com/content/101/6/282.long

    Een paar fragmenten.

    It has been considered necessary due to the reality that extensive quantitative data for the Victorian age, in formats recognized by today’s scientific statisticians, do not exist. Consequently, it could be argued that our perspective (like the conclusions based on Rowntree et al.2) lacks representativeness and historicity. However, the full range of sources we have consulted provides the best possible survey of dietary habits, in ways that counterbalance the consciously biased records of surveys like those of Booth3 and Rowntree2. We have re-examined the urban (as distinct from the rural) mid-Victorian working class diet and its nutritional values by looking in detail at typical food consumption patterns of the time. The use of a qualitative approach is thus not a weakness but a real strength, giving insights into life experience that cannot be readily deduced from quantitative statistics. The other author is a pharmacologist and pharmaconutritionist, who has drawn on the fullest possible range of scientific and medical data to interpret the historical material: his work is apparent throughout but is most fully discussed in the final paper.

    In revisiting the issue of mid-Victorian urban nutritional standards and returning to the McKeown thesis, we have a clear focus on the mid-Victorian period, from c1850 to c1877–80. Rather than taking the established view of an ongoing dietary improvement during the Victorian era, our analysis suggests the reverse: that mid-Victorian nutritional standards were significantly better than generally realized, and then declined to a nadir at the end of the nineteenth century, making that date a highly misleading starting point for illustrations of twentieth century nutritional ‘progress’. Consequently, there is a need to consider afresh the concept that it was indeed dietary improvement via affordable available foodstuffs, rather than public health and medical advances, which had the most positive influence on the quality of working class health.

    Much is made today of Victorian reports of individuals so poor they died from starvation. It was undoubtedly an issue in the 1840s, appositely labelled the ‘Hungry Forties’. By the end of that decade, however, a real improvement in the economics of the working classes had taken place. Measures such as the repeal of the Corn Laws in 1846 signalled the beginnings of the age of affordable food. The impact on the health of the poor was swift.16 It is our argument that not only the dangers of starvation were avoided, but also the dangers to adult life expectancy associated with malnutrition, because by 1850 the working class diet had improved markedly in terms of both quality and quantity.

    Between 1850 and 1870, deaths attributable to starvation and malnutrition accounted for around 1.5% of reported causes of death in urban conditions, though malnutrition undoubtedly contributed to other causes of morbidity and mortality, such as increased vulnerability to infection.17 However, these figures are not significantly higher than occur today.18,19 The comments of regular visitors to the poorest quarters of Britain’s cities in this period underline the comparative rarity of death from starvation alone;20,21 instead, they noted that infectious illness, brutality, accident and the effects of intemperance were the most common causes of ill-heath and death.21 This is amply borne out by the public health records of the time, which clearly promote the role of disease and accident as the main causes of mortality.8 The only common disease supposedly related to malnutrition was rickets22 but increased incidence of this disease in the early Victorian period was largely due to decreased exposure to sunlight among the urbanized working classes.23 Paradoxically, a re-classification of rickets as a primarily nutritional disorder in the 1920s24 contributed to and exacerbated subsequent received views of Victorian malnutrition.25

    Victorian misinformation underpins current misconceptions.

    Contrary to received wisdom, the mid-Victorian working classes appear to have been following modern advice about healthy lifestyles almost to the letter. Not yet having acquired the taste for processed foods, they were in fact eating something closer to the Mediterranean diet or even the Paleolithic diet than the modern Western diet. This should have created enormous public health benefits; or, at the very least, very significantly reduced levels of degenerative disease, in an interesting reflection upon the McKeown thesis. That this was indeed the case, at least for the mid-Victorian period, will be demonstrated in the following papers of this series; the second in the series analyses mid-Victorian dietary patterns in greater detail, and the third correlates the nutritional pharmacology of the mid-Victorian diet with contemporary health records.

    • Jo tB zegt:

      Ja Melchior, zo kan ik het ook. Het is dezelfde auteur Paul Clayton! Nee, ik blijf volhouden dat ze een TE verkleurd beeld van de werkelijk geven.
      Lees de Corn Laws Act maar.
      http://www.britainexpress.com/History/victorian/corn-laws.htm
      Who Benefited? The beneficiaries of the Corn Laws were the nobility and other large landholders who owned the majority of profitable farmland. Landowners had a vested interest in seeing the Corn Laws remain in force. And since the right to vote was not universal, but rather depended on land ownership, voting members of Parliament had no interest in repealing the Corn Laws.

      In 1850 was de Industrial Revolution al 50 jaar aan de gang. Dat moet je ook in de tijdsbeeld zetten. Noord Engeland b.v. Manchester, Liverpool, Sheffield, waren enorme fabriekssteden dankzij de stoom machines. Die verslond enorme hoeveelheden arbeiders (lower class workers). De midden klasse (upper exchalons van de “working class” verdiende goud geld in die tijd over de ruggen van de arbeiers. Ze stierven niet van de honger, althans dat wordt niet genoteerd in de statistieken – wie had er belang bij om het uit de statistieken te houden? Juist de upper classes.

      In any case, Britain itself was changing more rapidly than at any time in its history. Its population was growing fast, and the lives of the people were changing as quickly. The agricultural and industrial revolutions changed the ways in which they worked, both in the countryside and in the huge towns and cities. They gained in some ways – more food, better clothing, more goods to buy. But they also suffered greatly in the filthy slums of the cities and in harsh treatment in factory work.

      Dan nog een punt wat hun rapport aardig verkleurd: The right to vote!
      In 1866, all voters had to be male adults over 21 years of age and the right to vote was still based upon a property qualification. By the early 1860s around 1.43 million could vote out of a total population of 30 million.

      De groep waar het in hun rapport over gaat is wel erg klein als je het tegen het licht houdt van de totale bevolking.

      • Fien zegt:

        De Corn Laws werden juist afgeschaft vlak voor de onderzochte periode. De auteurs beweren dan ook: “Measures such as the repeal of the Corn Laws in 1846 signalled the beginnings of the age of affordable food. The impact on the health of the poor was swift.” Maar hoe valt die betere gezondheid dankzij al dat goedkopere graan te rijmen met het idee van een Mediterrane voeding, om nog maar te zwijgen van Paleo? In een van hun andere artikelen (heb ik alleen vlug-vlug diagonaal gelezen) noemen de auteurs zelf brood en aardappels “staples”. Bovendien had de afschaffing van de graanwetten nog andere gevolgen: het Engelse graan kon niet concurreren met de goedkope import en de landarbeiders trokken massaal naar de steden op zoek naar werk. Waar ze smulden van gezonde Mediterrane voeding? Andere historici beweren iets anders, en die hebben ook toegang tot kwalitatieve gegevens als “novels” (Dickens!), “magazines, recipe books, workhouse records, moral tales and assorted literature”. Uit “Endangered Lives: Public Health in Victorian Britain” van Wohl komt een totaal ander beeld naar voren. Bijvoorbeeld het hoofdstuk “Tolerable Human Types” met veel details over wat de armen in de stad en op het platteland aten. (Op Internet voor een groot deel te lezen.)

      • Fien zegt:

        En nog iets. Een alinea wordt gewijd aan de caloriebehoefte van mannen met zwaar lichamelijk werk. Waarna de auteurs soepeltjes concluderen dat als je 4000 kcal nodig had, je die dus ook binnenkreeg. Erg kort door de bocht, want het waren dodelijk arme mensen. Ik heb nog wel meer kritiek op het artikel, maar ik heb al genoeg gezegd.

  5. 1. Ierland maakte destijds deel uit van Groot-Brittannië.
    2. Volksvoedsel in de 2e helft van de 19e eeuw: aardappels, aardappels, aardappels. Als je geluk had (een vetpot) met een beetje reuzel (varkensvet). In Ierland was 1/3 van de bevolking volkomen afhankelijk van aardappels, maar elders was het niet heel anders, denk bv. aan Van Goghs aardappeleters. Bij mislukken van de aardappeloogst brak hongersnood uit. Aanvulling van het dieet met brood was dus inderdaad een verbetering.
    3. Gezondheid: bv. cholera, Londen 1853, meer dan 10.000 doden.
    Tuberculose was de ziekte van de Romantiek. Deze ziekte werd bevorderd door de kleine stadswoningen, waar aanhoesten onvermijdelijk was.
    Syfilis was endemisch en veroorzaakte o.a. onvruchtbaarheid, doodgeboren en blind geboren kinderen, kindersterfte en krankzinnigheid (dementia praecox). Als ik me goed herinner, had 10% van de Britten syfilis. Je kunt het bijvoorbeeld zien in stambomen waar een reeks kinderen na elkaar geboren wordt en jong sterft, terwijl ieder volgend kind iets langer blijft leven. Die moeder is waarschijnlijk langzaam aan het herstellen van syfilis. Maar ze kan opnieuw besmet worden.

    Ik kan nog wel een tijdje doorgaan maar ik stop er maar mee. Ik ben in elk geval nog lang niet overtuigd dat het wel meeviel voor de Britse bevolking in de tijd van Victoria.

    Het beschreven dieet komt inderdaad overeen met wat, bij mijn weten, mensen in die tijd het liefst aten. Helaas was het voor lang niet iedereen beschikbaar. En als je dan grote delen van de bevolking bij het onderzoek gaat uitsluiten – ja, dan krijg je wel een gunstiger beeld van die tijd. Zo kan ik het ook.

    • Jo tB zegt:

      Roerend met je eens! Zo kan ik het ook.
      Wat de auteurs niet noemde en het schrikbeeld van de tijd was: the workhouse. (Te vergelijken met Veenhuizen). Dat was het schrikbeeld voor iedere arme, om daarin te belanden als je destitute was.

      • Jullie lezen niet. Niemand heeft gezegd dat Ierland destijds geen deel uitmaakte van Groot-Brittannië. Deze mensen keken alleen niet naar Ierland.

        Misschien wordt het tijd voor een mailtje naar deze onderzoekers? Met de vraag of ze beseffen dat ze volslagen idioten zijn?

      • Ik zeg niets over het karakter van de onderzoekers. Ik zeg dat hun manier van redeneren mij niet overtuigt, bijvoorbeeld door de keuze van het materiaal dat ze in hun analyses verwerken resp. buiten beschouwing laten.

      • Eens met Melchior. Gewoon eerst beide artikelen eens heel goed lezen. En daarna bij twijfel vragen stellen aan de auteurs. Niet gelijk oordelen.

  6. Rond midden 19e eeuw speelde nog een paar zaken mee. Mensen trokken op grote schaal naar de grote stad Londen. De bevolking steeg explosief en als resultaat hiervan kan de productie van voedsel niet goed worden bijgehouden. Landerijen waren door gebrek aan fosfaat volkomen uitgeput. Meerdere hongersnoden waren het resultaat. Daarom is men gaan experimenteren met ‘vogel’-poep en heeft men later kunstmatig vogelpoep (kunstmest) uitgevonden. Dit gaf een enorme boost op productie. Gevolg was dat er zelfs ge-exporteerd kon worden. Maar export gaat niet zonder import. De Engelsen zijn -op schaal Europa- relatief vroeg liberaal geworden m.b.t. voedsel import en export. Deze ontdekkingen hebben groot effect gehad -tezamen met machines waaronder combines- op de boerenstand in Nederland. Groningen is einde 19e eeuw rijk geworden door de productie van … granen.

  7. willem zegt:

    Ik lees het artikel blijkbaar met iets andere ogen dan die van sommige reageerders. Ik zie een duidelijke lijn: anders dan het beeld dat we kennen van het leven in de Victoriaanse tijd was niet alles grauw en donker. Blijkbaar, zo tonen de onderzoekers aan, was het gemiddelde voedingspatroon beter dan dat wat ontstond na deze periode. Zij vullen daarbij dat voedingspatroon, en ook een veel grotere lichamelijke activiteit, in en constateren dan wat zij als conclusies trekken.

    Waar het niet over gaat, is over de erbarmelijke sociale omstandigheden in die tijd. En over nog veel meer maatschappelijk onrecht.
    Natuurlijk kun je dat niet los zien van voeding en veel te hard moeten werken onder bizarre omstandigheden. Maar in dit onderzoek wordt dat wel gedaan, om aan te tonen dat een zekere levensstijl bepaalde statistische resultaten oplevert.

    • willem zegt:

      Gek, dat ik ook steeds aan een zonnige zijde van het Victoriaanse tijdperk denk: aan die bijzondere tuinen!
      Maar dan houdt het eigenlijk wel op, dat romantische beeld.
      De sexuele moraal, de asociale toestanden in de stad en op het platteland, de focus op het christendom als de enige en superieure religie, de onbegrensde ruimte die het grootkapitaal werd geboden, het imperialisme, de taboes op grote schaal, …
      Na deze periode, eigenlijk vanaf WO I, brak een andere tijd aan, resulterend in een wereldwijde crisis en een oorlog. Na WO II krijgen we weer een heel andere maatschappij. Maar wat niet veranderd is, is de blijvende relevantie van bijna alle punten uit de Victoriaanse tijd die ik hiervoor opsomde. Ze worden alleen wat anders verpakt.
      En dat alles weerspiegelt zich, geconcentreerd, op het terrein van de voeding, de voedingswereld, de voedingsmafia, onbegrensd. Resultaat: geef het volk zoet, granen en een scheutje m.o.v.’s, en het is tevreden. Fastfood en fabrieksmatige smurrie als eten verkopen, jawel. En daarbij speelt het geweten geen enkele rol, slechts macht en rijkdom bepalen wat wij voorgeschoteld krijgen.
      Zo, het is ijskoud buiten, maar door me zo even te uiten, krijg ik het tenminste weer wat warmer..

    • ‘was het gemiddelde voedingspatroon beter dan dat wat ontstond na deze periode’

      Wat versta je onder ‘gemiddeld’?

      • willem zegt:

        De onderzoekers sommen op wat de ‘gemiddelde’ Brit in de onderzoeksperiode at. Dat blijkt een patroon te zijn wat we nu, en hier, niet slecht vinden: groenten, fruit, vlees, vis, verzadigde vetten en, jawel, ook wat nachtschadeachtigen, peulvruchten en granen.
        Al tijdens, maar vooral na de industriele revolutie, met een voorlopige piek in onze tijd, is dat patroon, ‘gemiddeld’, vervangen vervangen door een dat zich laat tekenen als een patroon met verwerkte middelen, met veel meer, granen, ongezonde vetten, zoet, zout en chemische toevoegingen, afkomstig uit de fabriek, gegeten bij Mc. Donalds, of hoe die tenten ook mogen eten….
        En ‘gemiddeld’ iseen bepaling die voorstelt tussen uitersten het midden aan te houden.

      • Dus je bedoelt met ‘gemiddeld’ niet een statistich begrip, zoals ‘rekenkundig gemiddelde’ of ‘mediaan’ of zo, maar meer iets gevoelsmatigs?

      • willem zegt:

        Als de gemiddelde leeftiijd 78 jaar is, dan is dat een statistisch gegeven, waarna wij vervolgens spreken over ‘gemiddelde’. Maar ook wordt deze term gevoelsmatig gebruikt.
        Zie het in dit verband als een mengeling, sprekend over dat voedingspatroon.

      • Thx. Dus je gebruikt het meer zoals in het gewone spraakgebruik. Dan begrijp ik beter wat je bedoelt.

  8. james zegt:

    Als Bill Gates een kroeg in loopt is het gemiddeld vermogen van die kroeg bezoekers op dat moment ruim boven het miljoen.

      • willem zegt:

        Valt dat relativisme hierboven onder de noemers muggenziften en spijkers op laag water zoeken? Ja en nee. Nee, omdat je statistieken altijd met de nodige argwaan in je bagage moet bekijken, ja, omdat we bij dit onderwerp wel erg ver afdwalen.
        Het is toch niet vreemd dat, dit artikel en het onderzoek lezende, waarbij de betreffende bevolkingsgroep een tamelijk gezond eetpatroon (zie de tekst) hebben en een pittig fysiek leven leiden, de kwaaltjes die hun intrede deden parallel aan de industriele revolutie en de daarmee gepaard gaande voedingsbulk, nauwelijks voorkwamen.
        Een logische conclusie, lijkt mij.

      • Als twee verschijnselen gelijktijdig optreden, of na elkaar, dan betekent dat nog niet, dat het een de oorzaak is van het ander.

        Voor degenen die interesse hebben voor fouten die je kunt maken met statistiek, heb ik even verder gezocht: http://en.wikipedia.org/wiki/Misuse_of_statistics

      • Jo tB zegt:

        Willdem, je schrijft: de betreffende bevolkingsgroep een tamelijk gezond eetpatroon (zie de tekst) hebben en een pittig fysiek leven leiden

        Volgens mijn bescheiden mening is de bevolkingsgroep die een tamelijk gezond eetpatroon hebben een ander (middenklasse, denk aan de rijke fabrieksdirecteuren, staalbaronnen) dan de bevolkingsgroep die een pittig fysiek leven leiden (lagere klasse, de fabrieksarbeiders). Beide groepen behoorden weliswaar tot de working class, maar is het gerechtvaardigd om ze over een kam te scheren? Ze als gelijken te behandelen? Hun eetpatroon was duidelijk verschillend door de omstandigheden waarin ze verkeerden.

      • Jo tB zegt:

        Common labourers would earn about 3s 9d a week, and those with any particular skill, such as brick-layers, could hope to receive double that.
        (10 shilling is een halve pond, 12 d = pennys in een shilling)

        Het is een illusie te denken dat iemand met dat loon volop groente en fruit kon kopen.

        http://www.census-helper.co.uk/victorian-life/

      • willem zegt:

        Jo. Ik weet het niet. Twijfel. Toch kunnen we niet uitsluiten dat degenen die de laagste inkomens hadden een gezonder voedingspatroon kenden dan degenen die in die tijd al de mogelijkheden hadden om te genieten van voedsel waar meer aan geknoeid werd.
        Die uitgebuitenen, onderbetaalden, arbeiders, vaak een soort lijfeigenen, werden gedwongen sober te leven, een eigen moestuin te hebben, een boomgaardje, kippen, een geit, visnetten, … Om, uit nood, dat wel, steeds de beschikking te hebben over vers, onbewerkt eten. Waarmee een boel verklaard kan zijn.

  9. Willem, misschien is het een idee als je eens iets van Charles Dickens leest? Dan krijg je misschien een beeld van het leven van gewone mensen in Britse steden in de 19e eeuw. Weliswaar zijn de verhalen van Dickens verzonnen, maar de omstandigheden waarin ze plaatsvinden, klopten in de beleving van de tijdgenoten.

    • Kon niet laten om toch wat op te zoeken. Dit komt van http://www.victorianweb.org/science/health/health8.html. Bron: Wohl, Anthony S. Endangered Lives: Public Health in Victorian Britain. Cambridge: Harvard UP, 1983. pp. 48-49, 50-51.
      Citaat:
      In Macclesfield 23 per cent of the silk workers and in Coventry 17 per cent of the labourers had never tasted meat. Stocking weavers, shoe makers, needle women and silk weavers ate less than one pound of meat a week and less than eight ounces of fats. . . .

    • En nog eens van dezelfde Victorianweb:

      During the nineteenth century, much of the food consumed by the working-class family was adulterated by foreign substances, contaminated by chemicals, or befouled by animal and human excrement. A.S. Wohl points out that

      to look back nostalgically and assume, for example, that the bread which formed the staff of life was home-baked, or, if bought, was wholesome and nutritional, is romantic nonsense. By the 1840s home baked bread had died out among the rural poor; in the small tenements of the urban masses, unequipped as these were with ovens, it never existed. In 1872 Dr. Hassall, the pioneer investigator into food adulteration and the principal reformer in this vital area of health, demonstrated that half of the bread he examined had considerable quanities of alum. Alum, while not itself poisonous, by inhibiting the digestion could lower the nutritional value of other foods.

      The list of poisonous additives reads like the stock list of some mad and malevolent chemist: strychnine, cocculus inculus (both are hallucinogens) and copperas in rum and beer; sulphate of copper in pickles, bottled fruit, wine, and preserves; lead chromate in mustard and snuff; sulphate of iron in tea and beer; ferric ferrocynanide, lime sulphate, and turmeric in chinese tea; copper carbonate, lead sulphate, bisulphate of mercury, and Venetian lead in sugar confectionery and chocolate; lead in wine and cider; all were extensively used and were accumulative in effect, resulting, over a long period, in chronic gastritis, and, indeed, often fatal food poisoning. Red lead gave Gloucester cheese its ‘healthy’ red hue, flour and arrowroot a rich thickness to cream, and tea leaves were ‘dried, dyed, and recycled again.’

      As late as 1877 the Local Government Board found that approximately a quarter of the milk it examined contained excessive water, or chalk, and ten per cent of all the butter, over eight per cent of the bread, and 50 per cent of the gin had copper in them to heighten the color.

      van: http://www.victorianweb.org/science/health/health1.html

      Ziedaar het soft-paleodieet van de Victorianen.

      • Hoi Betje,

        Dank! Dit alles rechtvaardigt een mail naar de twee auteurs!

        Doe ik deze week.

      • Jo tB zegt:

        Merkwaardig, Wohl staat 2 keer in de referentielijst vermeld. Je zou in dat geval verwachten dat de auteurs toch een beter onderscheid had gemaakt binnen de “working class” naar welke groep ze bedoelde in hun conclusies. Later in hun rapport wanneer het over recrutering voor het leger ging ze het dan WEL over de armste deel van de working class hadden. Ze hadden eerst overduidelijk moeten maken over welke groep ze het hadden. Zoals het nu gaat als het over eetgewoontes en gezondheid gaat hebben ze het over de midden klasse en wanneer ze het over recrutering gaat dan hebben ze het over de lagere klasse.
        Wohl beschrijft een veel duidelijker beeld van hoe het was in die tijd voor de lagere klasse. Wohl betrekt de midden klasse er niet bij.
        Je had in die tijd wel filantropen die wat probeerde te doen aan de miserabele toestanden maar dat was een druppel op de gloeiende plaat.

        • Ja, mee eens, Jo. Het lijkt erop dat ze verschillende klassen door elkaar beschouwen. Ik wil graag precies weten welke statistieken ze hebben gebruikt om de levensverwachting van mensen die de 5 jaar grens overleefden te bepalen. Als de levensverwachting van de gehele bevolking inderdaad zo hoog was als ze beweren, dan beschermde de voeding kennelijk zelfs tegen loodvergiftiging😉.

          Serieus. Ik heb geen idee wie hier gelijk heeft.

      • Fien zegt:

        Inmiddels heb ik alledrie de artikelen *zorgvuldig* gelezen en een aantal referenties op Internet bekeken. Ik zal dit blog niet lastig vallen met mijn kritiekpunten, maar 1 ding is zeker: brood, granen (havermout, rijst etc.) en aardappelen maakten wel degelijk het leeuwendeel van de voeding uit. De Victorianen leefden niet op een “softpaleolitisch eiland”.

    • willem zegt:

      Charles Dickens lezen om goed tijdsbeeld te krijgen??
      Betje. D’r is waarschijnlijk geen boek van Dickens dat ik niet gelezen heb. Maar wellicht nog belangrijker om de werken te interpreteren is het de schrijver te kennen..
      Nu even serieus. Ik las het artikel nogmaals. Kan niet anders zeggen dan dat het goed onderbouwd lijkt. Spijkerhard, zo op het oog. Natuurlijk, het lijkt ook toegeschreven naar een minder gewenste aanvulling op voeding, tenminste in onze ogen. Dan doemt het spookbeeld van vooropgezetheid meteen op. Maar duidelijk is ook dat de schrijvers niets moeten hebben van ‘big pharma’ met haar pillen, en meer van dit soor hokuspokus.
      Het gaat allemaal om een relatief korte periode, de mid-Victoriaanse tijd. Daarbij kwamen maatschappelijke facetten op wonderlijke wijze samen: door het ontstane spoorwegnet een constante aanvoer van vers voedsel naar de markten van de steden, door grote verbeteringen in de landbouw was een grotere aanvoer mogelijk, de prijzen waren relatief gering, met name groenten en vis makkelijk bereikbaar, alcohol en tabak werd veel minder ‘genoten’ dan vandaag de dag, etc.
      Dat na 1880 de klad erin kwam (goed beschreven), een klad die nog steeds voordtduurt, doet niets af van de situatie in de jaren 1850 – 1880.

      • Zo had ik het ook gelezen, Willem. En Tim Noakes (die deze ‘oude’ paper rond twitterde en zo een nieuw leven gaf) ook. Er zijn overigens vier delen en ik heb ze nog niet allemaal gelezen. De beschrijvingen van Betje, Jo en Fien sluiten meer aan bij de summiere kennis die ik over het leven in die tijd op die plaats had: poor, nasty, brutish and short. Ik ben gek op observaties die niet stroken met aannames. Meestal kloppen contra-intuïtieve observaties. Ik kan me niet voorstellen dat de auteurs de door Jo en Betje aangedragen punten tijdens hun uitgebreide research simpelweg onder het tapijt hebben geveegd. Daarvoor liggen ze veel te veel voor de hand. We zullen zien wat (en of) ze antwoorden.

      • Jo tB zegt:

        Aha, nou snap ik waarom dit artikeltje ineens op de proppen kwam. Tim Noakes had het getwitterd. Wat zei Noakes er over? (Ik twitter niet).

      • Jo tB zegt:

        Over Dickens gesproken: Charles Dickens captured the contradictions of Victorian philanthropy: the enormous need for charity in a society where want and plenty lived side-by-side and the inadequacy of much of the charity provided.

        Gevoinden op een site over Victorian Philantrophy
        http://richardjohnbr.blogspot.nl/2010/12/philanthropy.html

        Dus Dickens had wel een goed beeld van de misstanden in die tijd, die hij verwerkte in zijn boeken. De meest bekende is wel verfilmed als Scrooge

      • willem zegt:

        Dickens was sociaal bewogen (en een vrouwenhater..). Maar dat zegt niks over zijn boeken!

  10. Als je zoekt naar een paleo eiland in de tijd, kun je misschien beter terecht bij de Shakers. Nou ja, buiten hun vegetarische periode. Er is veel bekend over hun manier van leven.

    • willem zegt:

      Dit is een voorbeeld van hoe (wetenschaps)journalisten omgaan met persberichten: slikken voor zoete koek en geen inzicht geven in de materie, laat staan die kritisch tegen het wetenschappelijke licht houden.

      • Pas op. Er staat ‘Vrouwen die geen vlees en kaas eten leven gezonder’. Er staat niet: ‘Vrouwen die geen kaas of vlees eten zijn gezonder’. Ze leven gezonder in de ogen van Wageningers, wat zoals we weten niks zegt. Het kan zijn dat ik voorbarig ben, maar dit lijkt nergens over te gaan.

        De kop is dus waarschijnlijk niet correct.

      • fran zegt:

        Dat zou wel hilarisch zijn Melchior… IJzerinname is dus in elk geval wel bekeken.

      • Jo tB zegt:

        Goh, in eerste instantie dacht ik Hoera ik leef gezond want ik eet geen zuivel. Damm, ik eet wel vlees, dus toch minder gezond. En toen vroeg ik me af wat moet ik verder nog eten als ik “gedeeltelijk plantaardig” voedsel eet, en geen vlees en zuivel? Klap op de vuurpijl ik behoor niet tot de doelgroep die onderzocht is. Snik, snik….

    • Marjo zegt:

      Ze hebben met de gegevens van de VCP 2003 scenarioBEREKENINGEN gedaan. Er is geen onderzoeksgroep oid. Mbv de enorme brij gegevens van zo’n VCP worden allerlei onderzoekjes gedaan. Dit is er dus één van. http://www.rivm.nl/Bibliotheek/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2013/Voeding_met_minder_vlees_kaas_en_melkproducten_is_gezonder_en_beter_voor_het_milieu. Er is dus theoretisch berekend dat de ijzerinname bij een vegetarische voeding niet daalt. Dit zegt trouwens niets over de ijzerOPNAME.

      • Onvoorstelbaar wat zo’n wetenschapsredactie er vervolgens van maakt.

        “Vrouw is gezonder met minder vlees en kaas”

        Zoals Mike Eades pleegt te zeggen: “And Jesus wept.”

      • fran zegt:

        Dank voor de link Marjo. Blijkt maar weer eens hoe sterk het ‘verzadigd-vet-is-ongezond-paradigma’ is, dat dat door de schrijvers van deze berichtjes niet eens meer gequestioned wordt (>inname verzadigd vet neemt af, dus gezonder).

        • Even muggenziften. Bij het RIVM snappen ze weinig van interpunctie, waardoor hun toch al onzinnige bericht nog onzinniger wordt.

          Citaat:

          Vrouwen, die vlees, kaas en melkproducten vervangen door plantaardige voedingsmiddelen, krijgen minder verzadigd vet binnen, terwijl de ijzerinname niet afneemt.

          Deze zin suggereert dat alle vrouwen vlees, kaas en melkproducten vervangen door plantaardige voedingsmiddelen. Het hoort bij het vrouw zijn😉. Zou er iemand tussen dat zooitje ongeregeld werken die het ziet, maar er niks van mag zeggen? Wat een moronen.

      • willem zegt:

        Had ik nog niet eens opgemerkt, Melchior. Wat een fantastische interpunctie, die komma na ‘vrouwen’…
        Trouwens, is kaas echt niet een melkproduct? Ik, onnozele, dacht er, tot aan dit berichtje, anders over.

  11. Jo tB zegt:

    Om jullie even op te vrolijken op deze koude maandag.
    Ze is terechtgekomen in de Guiness Book of Records

    • Alex zegt:

      Growing old is not for sissies.😉

      Jammer van die 3 glazen rauw eiwit per dag (04:44), maar verder een goed voorbeeld van wat je met doorzettingsvermogen en training kunt bereiken. Dank je wel voor het posten Jo.

    • Heerlijk.
      Wat is er tegen 3 glazen rauw eiwit? (Niet dat ik zoiets van plan was …)

      • Alex zegt:

        Rauw eiwit bevat avidine, dit bindt biotine (in o.a. eidooier). Door deze binding vindt er geen absorptie meer plaats. Bij hoge consumptie van dit eiwit kan zo een tekort ontstaan.

        Dan liever rauwe eigelen.😉

      • Oh. Thx. Dus dan is het beter om mayonaise te maken met alleen eigeel, en het eiwit op een andere manier te verwerken? (Met de staafmixer kun je ook mayonaise maken van een heel ei, met wit en al, dat is makkelijker.)

      • Alex zegt:

        Neem niet aan dat je dat dagelijks doet en aangezien er maar 1 ei gebruikt wordt en je waarschijnlijk nog biotine uit andere bronnen binnenkrijgt zal het niet echt kwaad kunnen.

        Heel iets anders dan 3 glazen vol met alleen eiwit.

        Maar om binnen dit blog te blijven: welke olie je gebruikt is eerder van belang.

      • Ja, dat is ook lastig. Olijfolie heeft de voorkeur natuurlijk, maar in mayonaise geeft dat een bittere nasmaak. Welk soort zou je op nummer 2 zetten?

      • Folkert zegt:

        Betje, eitje tikken op de rand van de kom, in de helft. Of met een mes. De helften over en weer schenken, waarbij het eiwit wegloopt, en je houdt een halve dop over met eigeel. In de kom. Langzaam een straaltje zachte olijfolie erbij gieten en ondertussen stevig kloppen met een garde. Je hebt mayonaise voor 1 persoon.

      • Aldert zegt:

        Heel makkelijk eigeel van eiwit scheiden:

      • willem zegt:

        Die is echt goed, Aldert!!
        Hoe ik het doe?
        Alles op dezelfde temperatuur.
        Eitje breken en dan door overgieten de dooier scheiden van het eiwit (niet weggooien; kun je best voor iets anders gebruiken). In kom doen. Wat mosterd en beetje balsamico, dan wel azijn, erbij en de mixer erop. Vooreerst druppelsgewijs, later in straaltjes de (ik doe olijf)olie erbij, tot de massa stevig begint te worden. Dan, naar keuze, snufje keltisch zeezout erbij, wat geelwortel, beetje peper uit de molen, e.d. naar wens.
        Ik ontdekte dat kamertemperatuur en mosterd de beslissende elementen zijn, bij mij, voor lukken en mislukken. Verder geen gepoespas..
        Lijkt me tamelijk simpel, zo.

      • Aldert zegt:

        Ik zal je recept eens proberen te maken Willem. Wil het hier in huis aanslaan, moet het lekker en makkelijk zijn. Vrouwlief (en dus ook de jongens, 4x, 10 mnd. tot 7 jr.) is nog niet paleo, dus tenzij erg lekker en makkelijk zal het alleen voor eigen gebruik zijn.
        Het eiwit kan ik niet eten i.v.m. lysozyme. Weet iemand of lysozyme onschadelijk wordt door een ei hard te koken? Ik volg het auto-immuun protocol, maar mis de eieren wel, zeker nu de kippen weer beginnen te leggen.

  12. Folkert, dank je voor de tip. Ik ben helaas erg lui en bovendien verslaafd aan mijn staafmixer😉
    Een ei splitsen kan ik; heb al geprobeerd om met de staafmixer mayo te maken met alleen de dooier. Is mislukt, maar hoeft niet aan de staafmixer te liggen. Ik had ook wat originele ingrediënten gekozen. En misschien ook iets met de temperatuur. Het zou moeten kunnen, met alleen de dooier.

    Vroeger nam ik een heel ei, mosterd en zo erbij en dan olie er bovenop schenken in een hoge kom. Staafmixer op de dooier zetten en langzaam de mixer omhoog trekken, ziedaar mayonaise. Lukte altijd, smaakte goed, was klaar in seconden. Toen gebruikte ik zonnebloemolie, uitstekende kwaliteit weliswaar, maar zonnebloemolie en dat is nu uit de mode. Heb het ook gedaan met olijfolie, maar dat geeft een bittere nasmaak.

    Recente poging met koolzaadolie, wel bio en zo. Die was dus mislukt.
    Misschien probeer ik het morgen weer eens. En dan het recept beter volgen🙂

    Ik ben zo hopeloos eigenwijs, dat wil je gewoon niet weten. Het moet gewoon kunnen, met de staafmixer. Ik vraag me alleen af, of je met een garde geen bittere nasmaak krijgt bij olijfolie? Dus waarschijnlijk ga ik dat binnenkort toch eens proberen, om te vergelijken.

  13. Jo tB zegt:

    Betje, hier is een recept voor mayonaise en er zit een staafmixer in de foto. Zij gebruikt olijfolie light, en het is met eidooiers. Misschien geeft ze wat tips die je nog niet kent.
    http://www.eetgoedvoeljegoed.com/2012/10/mayonaise-zonder-zonnebloemolie.html

    • Thx Jo! Met ontgeurde kokosolie? Dat zie ik nog niet voor me. Dat spul heb ik in huis, bakt prima, maar bij kamertemperatuur (mijn kamertemperatuur) is het keihard. Ik vermoed trouwens dat dat het probleem is met mijn mayonaise: mijn kamertemperatuur. Die is laag met dit koude weer. Misschien maar even wachten met de mayo tot het echt lente wordt.

  14. Beetje off topic (hoewel?), maar briljant.

    Ernesto Sirolli: Want to help someone? Shut up and listen.

  15. Mariet Hoen zegt:

    Mooi verhaal Melchior, helpen helpt niet !

    All together now😉 In Texas 28,29,30 maart

    PaleoFX Motto: “Heal thyself, harden thyself, change the world.”

    http://therealpaleofx.com/

  16. Jo tB zegt:

    Verrassing!! Mark’s Daily Apple heeft ook dit weekend een link gelegd naar het rapport.
    http://www.marksdailyapple.com/weekend-link-love-235/#more-35722
    Ook interessant is de reacties die sommige mensen geven..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s