Het 50 Kilometer Dieet

Dit stuk maakte Meijer & Konow vof in 2005 voor Mens Hels. De werktitel was ‘Het 50 Kilometer Dieet’. Het is beslist geen hard core paleoverhaal – het is hier en daar zelfs tenenkrommend geitenwollensokken met al dat ekogelul – maar geeft de beginnende paleoiet misschien wat inspiratie voor het verzamelen van goed paleovoer. Skip the grains, please.

Voer een rat het platgeraffineerde supermarktvoedsel dat negentig procent van de Nederlanders eet en hij wordt ziek en agressief. Is het rààr dat zoveel mensen ‘minder prettig’ in hun vel zitten? Melchior Meijer en zijn vriendin zochten en vonden een oplossing. Héél dicht bij huis.

Eet minder vet!

Eet kaas waarin het melkvet is vervangen door zonnebloemolie, dan blijf je slank en krijg je geen hartaanval!

Weet je dat gezond koken helemaal niet moeilijk hoeft te zijn? Met een zakje X en de ei-vervanger van Z tovert zelfs mijn man in een handomdraai een door de Nederlandse Hartstichting goedgekeurde schotel op tafel!

Stop. Waar zijn wij nou helemaal mee bezig? Laten we elkaar geen mietje noemen, de adviezen over wat je wel en niet moet eten om gezond oud te worden en lekker in je vel te zitten, worden steeds onbegrijpelijker. Gisteren waren eieren slecht, vandaag krijgt boter de Zwarte Piet, morgen moeten we per se veel soja eten. De richtlijnen van instanties die ‘erover gaan’, zijn verworden tot een merkwaardig amalgaam van onuitroeibare politiek correcte mythen (verzadigd vet veroorzaakt hartinfarcten) en dubieuze boodschappen van industrieën die garen spinnen bij al lang ontzenuwde sprookjes (linolzuurrijke margarine is goed voor de bloedvaten). Je moet aardig stevig in je schoenen staan, wil je in het oerwoud van verleidelijke Frankenfoods, in de kakafonie van tegenstrijdige kreten, een gezonde, Hollandse eetkoers kunnen houden. De gevolgen willen we eigenlijk niet nòg een keer horen. Ruim de helft van de Nederlanders is te zwaar. Onze kids dragen de zwaarste last. Suikerziekte is rap op weg volksziekte nummer één te worden en zal sommige jongens van nu rond 2020, als ze net vader zijn, met hun eerste infarct opzadelen. De Nierstichting rekent voor dat we de dialysecapaciteit tussen nu en 2015 moeten verdrievoudigen, om aan de ‘niet goed verklaarbare epidemie van nierfalen’ het hoofd te kunnen blijven bieden. Kinderen zijn allergisch voor zo ongeveer alles. Wil jij dit? Wil je vrouw het? En is het echt zo waanzinnig ingewikkeld om het tij te keren? Nee. Niet voor het individu. Niet voor jou en je gezin. Maak even pas op de plaats en blik terug.

Weston Price

In de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw vroeg de Amerikaanse tandarts Dr Weston A. Price zich vertwijfeld af waarom de gebitten en de algehele gezondheid van zijn snel ‘welvarender’ wordende cliëntele plotseling zo dramatisch achteruit gingen. Hij verdacht de voeding. De Amerikanen schakelden van hun gewone, lokaal geproduceerde boter, kaas en eieren over op margarine, witbrood en allerlei op meel, suiker en dubieus plantaardig vet gebaseerd ‘convenience food’. Price was dermate nieuwsgierig (en rijk) dat hij een wereldreis ondernam op zoek naar antwoorden. Gedurende tien jaar bestudeerde hij een twintigtal nog traditioneel levende ‘natuurvolkeren’. Hij trok één belangrijke conclusie: de mens beschikt over een uniek aanpassingsvermogen. Hij kan in alle uithoeken van de wereld gedijen op een scala van totaal verschillende diëten; van vegetarisch tot carnivoor, van ‘mager’ tot moddervet. Het gaat onveranderlijk pas mis met zijn gezondheid als hij zijn voedsel geen tijd meer gunt om tot wasdom te komen. Als hij het intensief gaat bewerken en raffineren. Als hij er, om het maar eens oneerbiedig te stellen, te veel mee gaat kloten. Dan en alleen dan ontstaan gebitsproblemen, diabetes type 2, kanker, hart- en vaatziekten en zelfs psychiatrische aandoeningen op grote schaal. Een tijdgenoot van Price, Dr Francis Pottenger, bewees deze stelling in een proefdiermodel. Zowel ratten als katten degenereerden in de loop van één generatie, wanneer hun natuurlijke voeding tot boven een bepaalde grens werd geraffineerd. Deze vitale waarneming is ruim zestig jaar lang overschreeuwd door het evangelie van groei en ‘vooruitgang’. Alleen levensmiddelen waaraan in een fabriek een zogenoemde ‘meerwaarde’ is gegeven, genereren immers forse winst. De industrie doet er alles aan om het ‘pure voedsel’ dat opa en oma bij de bakker, de slager, de melkboer en de groetenman haalden, een suf, smakeloos en zelfs ongezond imago (roomboter) te bezorgen. Ze praat ons in schreeuwerige reclamespotjes aan dat we in culinair opzicht per definitie half debiel zijn en dat het bereiden van eerlijke basiswaren oneindig veel tijd en moeite kost. Ze creëert een waanzinnig lucratieve vraag naar relatief peperdure onzinproducten, het liefst door er vaag onderbouwde gezondheidsclaims op te plakken. Voorlichtende instanties als het Voedingscentrum en de Hartstichting – in Nederland verkapte spreekbuizen van de industrie – doen ijverig mee aan de gekte. Dat is hun goede recht, maar het is ons goede recht er niet meer in te trappen. Ik herlas Weston Prices klassieker Nutrition and physical degeneration en trok de brutale conclusie dat de vent actueler dan ooit is. Niet alleen omdat modern onderzoek steeds duidelijker aantoont dat de grote welvaartsziekten voor een groot deel worden veroorzaakt door doorgeschoten raffinering, voedselverarming en grove balansverstoringen, maar ook omdat het volstrekt idioot is dat de supermarkt uien uit Nieuw Zeeland in de aanbieding heeft. Uien uit Nieuw Zeeland! Ze kosten al geen drol, ze groeien om de hoek, maar we laten een vrachttoestel 16.000 kilometer blazen om ze – god mag weten hoe het kan – nòg goedkoper te krijgen. Mijn vriendin Gunilla poneerde vervolgens de geniale vraag wat er in een straal van 50 kilometer van ons Zoutkampse rijtjeshuis zoal aan ‘slow food’ te koop is. Het verrassende antwoord: alles. We stelden onszelf een rare opdracht. Verzamel gedurende enkele dagen – op de fiets – alle ingrediënten voor een volwassen, spetterend buffet.

Dat buffet kwam er. Het is inmiddels twee maanden geleden dat we dat culinaire feest van eerlijke lokale producten nuttigden, maar het experiment had een merkwaardig neveneffect. Sindsdien zijn we nog maar twee keer in een supermarkt geweest. Om wc-papier en tandpasta te kopen. We eten elke dag het beste van het beste, terwijl de huishoudpot voller blijft. Overzicht van een vroeg 21-ste eeuwse ‘hongertocht’ die tot leefstijl uitgroeide.

Doel: Vlees. Ik ben de ‘carnivoor’ in onze vennootschap. Ik vind het model van de evolutiegeneeskunde logisch en ga ervan uit dat ons antieke lijf zich na de vlucht uit het oerwoud gedurende honderdduizenden jaren heeft aangepast aan een voeding van vlees, vis, eieren, knollen, noten, groenten en wat fruit. We zijn genetisch gezien een vangstvolkje. Geprogrammeerd voor relatief veel eiwit, vet en micronutriënten en wat minder koolhydraten, die in onze moerasdelta pas 6.000 jaar geleden met de introductie van het graan de boventoon gingen voeren. Gunilla neigt meer naar de vegetarische kant (maar laat een malse biefstuk van een koe die het goed heeft gehad niet aan haar neus voorbij gaan). De ‘jacht’ is dus mijn pakkie an en op een mooie zaterdagmorgen in november koppel ik mijn Bob Yak aanhanger aan mijn fiets. Koelbox met vier icepacks mee en gaan. Drie kwartier doortrappen later sta ik in de deel van biologisch veehouder Pieter Wouda in Aduard. Vervolgens peddel ik door naar zorgboerderij De Buurackers in Boerakker, een biologische geitenfokkerij.

De Buit: Ik koop van Pieter biefstuk, kipfilet, rosbief, rundergehakt, lamsgehakt, runderlappen en hachévlees. Bij De Buurackers scoor ik – spannend! – een massieve geitenpoot, hamlappen, geitensalami en worst.

Wat we er van maakten: Een fantastische lamspaté. De biefstuk en kip gingen ‘gewoon’ de pan in. De rosbief stond, ingewreven met knoflook en olijfolie, in de oven (175 graden) tot de kern 55 graden was en leverde gedurende drie weken een exquise bijdrage aan robuuste jager/verzamelaar ontbijten. De geitenpoot was voor Gunilla een flinke uitdaging. Uiteindelijk wreef ze hem in met een mengsel van grof zout, zwarte peper en thijm en maakte overlangs kleine sneetjes die ze vulde met gekliefde teentjes knoflook. Ze liet hem in een ovenzak 2,5 uur garen op 200 graden. Alle gasten begrepen na een eerste sceptisch hapje waarom er in de Bijbel zoveel geiten worden geofferd. Geit smaakt niet naar ongewassen sokken, geit is goddelijk!

Verschil met gangbaar vlees: Heb je je wel eens afgevraagd waarom bepaalde voedingsmiddelen in je jeugd ‘rijker’ smaakten? Waarschijnlijk heb je van deskundologen te horen gekregen dat de smaakpapillen van kinderen nog niet zijn ‘afgemat’ en dus alles veel heftiger waarnemen. Bakerpraat! Snij een sappig stuk vlees aan van een kip die rond de boerderij heeft mogen rennen en onkruid en insecten heeft mogen pikken en je herinnert je plotseling hoe kip eigenlijk smaakt. Ook erg opvallend: het vlees behoudt bij bereiding zijn oorspronkelijke omvang en structuur. De verklaring voor deze kwaliteitsverschillen is eenvoudig. Het spierweefsel van dieren die relatief ontspannen zijn, bevat veel glycogeen, reservebrandstof in de vorm van zetmeel. Na de slacht wordt dat glycogeen omgezet in lactaat. De aanwezigheid van lactaat is cruciaal voor structuur en smaak van het vlees. Dieren die al uren voor de slacht erg gestresst zijn, verbruiken hun glycogeenvoorraden, waardoor in het vlees na de slacht geen lactaat kan ontstaan en het minder mals kan worden.

Is het gezonder? Biologisch vlees bevat gegarandeerd geen residuen van antibiotica en waarschijnlijk minder pesticiden. De wetenschap is er niet over uit in hoeverre zulke residuen van invloed zijn op de gezondheid, maar zeker is dat we ze niet nodig hebben. Verder blijft het vee van biologische veehouders langer grazen. Daardoor is de vetzuursamenstelling van het vlees in de meeste gevallen gunstiger: minder van het ontstekingsbevorderende omega-6 (linolzuur), méér van het ontstekingsremmende omega-3. Dat geldt ook voor de biologische kip en heur eieren. Het eind vorig jaar door het Voedingscentrum verspreide alarmbericht dat biologisch vlees vaker bepaalde micro-organismen bevat, is een flauw non-item. Vlees moet volgens datzelfde Voedingscentrum namelijk altijd goed worden verhit. Daarbij worden micro-organismen, veel of weinig, per definitie gedood.

Waar koop je het: Kijk hier voor biologische vleesverkopende veehouders bij jou in de buurt. Je kunt ook terecht bij De Groene Weg, een keten van inmiddels negentien biologische slagers.

Doel: Groenten en fruit. Als je bij ons in de buurt in een willekeurige richting begint te fietsen, kom je hoe dan ook één of meer verkooppunten van ecologisch geteelde groenten en fruit tegen.

De buit: Het is laat in de herfst, dus we brengen in de loop van enkele dagen – gewoon tussen de bedrijven door – een schat aan net geoogste waar binnen. Zoals? Witte en rode kool, savoykool, wortelen, rode bieten, uien, prei, bloemkool, aardappelen, koolraap, koolrabi, peterselie, raapstelen, pastinaak, tomaten, postelein, appels en peren.

Wat we er van maakten: Gewokte koolraapschotel, bloemkoolsoep, koolsalade, wortelcake met duindoorntopping, gekloven aardappels uit de oven, savoy-fetastrudel en een American Applepie waar sommige dames nu nog van in katzwijm vallen. Wat overbleef sneden we aan stukken en legden we een dagje in de groentendroger. Resultaat: Twintig (spotgoedkope) zakjes met droogvoerschotels voor het komende kampeerseizoen.

Verschil met gangbare groenten: Steviger ‘bite’, krachtiger smaak en de waar blijft aanzienlijk langer vers. Het verhaal dat biologische gewassen ‘armetierig’ zijn wordt geloochenstraft. Niet bang zijn voor een verdwaalde (proteïnerijke!) rups.

Is het gezonder? Officieel niet (zie kader). Recent onderzoek laat echter zien dat blootstelling aan combinaties van veel gebruikte bestrijdingsmiddelen in proefdieren al in geringe doses tot Parkinson-achtige symptomen en hersenschade leidt. Vooral rotenon en schimmeldoders op mangaanbasis staan onder serieuze verdenking. Apart toegediend doen de stoffen niets, combinaties zijn gevaarlijk. Deze waarneming strookt met het epidemiologische gegeven dat neurodegeneratieve aandoeningen aanzienlijk vaker voorkomen in gebieden waar veel met landbouwbestijdingsmiddelen wordt gewerkt. Er is ook een maf verband tussen fruitconsumptie en Parkinson.

Waar koop je het: Een blik in het ekoboerengidsje leert dat heel Nederland bij wijze van spreken bezaaid is met boeren die zelf eco-groenten en -fruit verkopen. Het leeft! Veelal staan de waren aan de weg en betaal je door het verlangde bedrag in een kistje te deponeren. Een ritje op z’n tijd loont de moeite, want iedere schakel in de ‘handelsketen’ maakt de waar 40 procent duurder.

Doel: Graan. Op naar molen Joeswert in Feerwerd, 30 kilometer uit en thuis. Molenaar Rolf Wassens maalt hier tussen zijn machtige stenen talloze graansoorten, geteeld door lokale, ecologische akkerbouwers.

De buit: Meel in alle soorten en maten. Spelt, gerst, rogge en tarwe. We kopen ook een paar zakken groene erwten, capucijners, sesamzaad, rozijnen en gist.

Wat we er van maakten: Stokbroden en speltcrackers. Een deel van het meel werd gebruikt voor de groentencakes en taarten. De erwten vonden hun bestemming in een lading vegetarische hamburgers (die verrassend gretig aftrek vonden).

Verschil met gangbaar graan: Bevat geen resten van pesticiden. Na het malen wordt het niet gezeefd, laat staan gebleekt. Daardoor en door de teeltmethode heeft het waarschijnlijk een wat hogere concentratie micronutriënten, vooral B-vitaminen. Volgens de Amerikaanse patholoog Dr Kilmer McCully valt de opkomst van hart- en vaatziekten samen met de introductie van de stalen rollers die extreme raffinering van het graan mogelijk maakten.

Is het gezonder? Volgens de evolutiegeneeskunde is graan (gecultiveerd graszaad) per definitie problematisch, omdat het pas 6000-10.000 jaar geleden werd geintroduceerd en dus ‘vreemd’ is voor ons genoom. Er zijn echter te veel mensen die bij een bescheiden gebruik van graanproducten honderd worden, om het radicaal af te wijzen. En je moet wel erg creatief zijn wil je als fietsende mannetjesputter zonder brood kunnen. Zelfs de godfather van de evolutiegeneeskunde, Dr Loren Cordain van Colorado State University, schrijft in zijn in augustus uitkomende nieuwe boek The Paleodiet for Athletes dat de meeste lichamelijk actieve mensen zonder problemen dagelijks een portie graan aankunnen.

Doel: Zuivel en eieren. Dit vergde tochtjes naar het Friese gehucht Jouswier, waar veehouder Leen van Zelderen biologisch-dynamischee kaas maakt, naar de kaasmakerij van schapenhouder Arnold Vergeer in Oldehove en naar boerderij de Mekkerkast in Sebaldeburen, waar onweerstaanbare geitenkaas wordt gemaakt.

De buit: Geiten-, schapen- en koeienkazen in alle varianten. Verse, volle yoghurt. Eieren. Boter.

Wat we er van maakten: De yoghurt diende als grondstof voor diverse spannende dressings, het stuk overjarige geitenkaas werd geraspt en gaf de vegaburgers hun onweerstaanbare ‘bite’, de feta ging in de salades en de strudel. De overige kazen vonden hun weg naar het hooggeëerd publiek au naturel en wel in een mum van tijd.

Verschil met gangbare zuivel: Voller, romiger, de kazen en eieren zijn qua smaak een verademing.

Is het gezonder? Net als voor vlees geldt voor de melk van vee dat heeft gegraasd dat het een gunstiger vetzuurbalans heeft en geen residuen antibiotica bevat. Verder is de melk voor biologisch dynamische yoghurt en kaas niet gehomogeniseerd. Bij homogenisatie worden de vetbolletjes letterlijk aan gort gemept, zodat het vet ‘netjes’ over het product verdeeld blijft en er geen klontering optreedt. Dat is leuk voor het oog en de houdbaarheid, maar minder fijn voor het hart. Met het aan gort meppen van de vetbolletjes, wordt ook het op die bolletjes aanwezige enzym xanthine oxidase in mootjes gehakt. Daardoor kan dat enzym, dat we normaal gesproken uitpoepen, de darmwand passeren. Eenmaal in de bloedbaan probeert xanthine oxidase ontstekingsreacties op te wekken in de vaatwanden. Van biologische zuivel heb je dit gevaar niet te duchten. Koop alleen volvette zuivel, want aan de magere varianten wordt doorgaans melkpoeder toegevoegd en dat is, doordat het makkelijk oxideert, zo ongeveer het meest atherogene (bloedvatverstoppende) product in de voedselketen.

Imago

Het lopend buffet dat we in een dag uit de grond stampten, was een daverend succes. Enkele sceptische vrienden konden niet geloven dat deze sexy items niet uit een dure delicatessenzaak kwamen. Er kleeft nog altijd een wat suffig imago aan de biologische akkerbouw en veeteelt. En we lijken collectief te zijn vergeten dat je prachtige, salonfähige dingen kunt doen met oer Hollandse groenten als koolraap, koolrabi, pastinaak en postelein. Dat beeld verdient een drastische bijstelling. Biologische landbouwers zijn anno 2005 geen vage idealisten, maar doorgaans hoogopgeleide professionals met een visie. Ze beseffen dat eindeloos roofbouw plegen op termijn een te hoge tol vraagt. Van het land, van de dieren en gewassen en uiteindelijk ook van de consument. Dit overzichtje is verre van volledig, omdat het Dutchfood-aanbod veel groter is dan we veronderstelden. Zo vonden we een adres waar je duindoornproducten (wijn, stroop, jam) kunt kopen. We stuitten op een walnootboomgaard. En zelfs ecologische Nederwijn is in opkomst. In vrijwel iedere provincie zitten tegenwoordig enkele wijnboeren. Ze maken wijnen met een mooie concentratie reservatrol, want druiven die het koud hebben en door schimmels worden belaagd, maken veel van dat gezondheidsbevorderende stofje aan. Verder gaan de ecoboeren er in toenemende mate toe over ook producten van hun collega’s aan de man te brengen, waardoor je straks niet meer naar vijf verschillende leveranciers moet. Kijk voor adressen in De Ekogids van Platform Biologica. Gunilla en ik zijn tamelijk gestoord. We beschouwen het als een sport om onze Kadett uit het Doe Maar tijdperk jaarlijks zo weinig mogelijk kilometers te laten draaien. Natuurlijk heeft niet iedereen tijd en zin om wekelijks een paar ‘hongertochtjes’ op de fiets, lopend of in de kajak te maken. Pak gerust je bolide. Want als je een zak biologische uien van Kees in Halfweg koopt in plaats van ze uit Nieuw Zeeland te laten komen, bewijs je het milieu (en het gezonde verstand) sowieso al een mooie dienst.

Heet hangijzer

Bevat ‘biologisch’ meer vitaminen en mineralen?

Stel deze vraag in een gezelschap van artsen, voedingsfysiologen en diëtisten en je mag blij zijn als het meubilair heel blijft. Een regulier opgeleide en dus niet bij voorbaat ‘verdachte’ deskundige die met een volmondig ‘ja’ antwoordt, is de Britse biochemicus Brian Welsby, adviseur van onder anderen marathonfenomeen Paula Radcliffe. Hij meent dat onze gewassen als gevolg van intensieve teelt te weinig micronutriënten bevatten. “De bos wortelen die overgrootmoeder in 1930 van de groentenman kocht, bevatte 48 procent meer calcium, 75 procent meer magnesium, 25 procent meer kalium en 50 procent meer ijzer dan de bos wortelen die we nu bij de supermarkt halen. Wie via een gewone voeding een optimale hoeveelheid micronutriënten wil binnenkrijgen, moet van alles vier keer zoveel eten.”

Een logische redenering, maar volgens Prof. Dr. Martijn Katan, als hoogleraar humane voeding verbonden aan Wageningen Universiteit, maakt Welsby een denkfout. “Het zit in de aard van een gewas om de noodzakelijke voedingsstoffen uit de bodem op te nemen of zelf aan te maken,” zegt hij. “Zijn die voedingsstoffen niet beschikbaar, dan wordt een appel simpelweg geen appel en een spruit geen spruit. Gezond eten is niet een kwestie van welk soort wortelen je kiest, maar of je kiest voor die wortelen of voor een Mars.” Katan krijgt bijval van Ir. Annemarie Nijhof van het Vitamine Informatiebureau van TNO Voeding. “Welsby baseert zijn theorie op tabellen uit de jaren ’30. De meetmethoden waren destijds minder nauwkeurig dan vandaag. Bij voedingswaarde-analyses meet je minuscule hoeveelheden. Een kleine verfijning van de meettechniek geeft dan meteen grote verschillen in wat je vindt. Waarschijnlijk is de voedingswaarde van gewassen door de jaren heen tamelijk constant gebleven.”

“Het ligt toch wat genuanceerder,” zegt medisch bioloog Remco Verkaik van het Europees Laboratorium voor Nutriënten in Bunnik. “Katan doelt op stofjes die elementair zijn voor een gewas. In een vers product zijn die uiteraard aanwezig. Er zijn echter ook elementen waar het plantje in principe buiten kan, maar die het in zijn structuur inbouwt als ze beschikbaar zijn. De hoeveelheid van zulke stoffen kan, afhankelijk van bodem en teeltmethode, sterk fluctueren. Broccoli die wordt geteeld op een seleen-arme bodem bevat nauwelijks selenium, een antioxidant waar nogal wat Nederlanders te weinig van krijgen. Zet zo’n zelfde stronkje in seleenrijke grond en het wordt een heuse seleniumbom. Ik kan dat zo demonstreren. Verder heb ik niet de illusie dat we exact weten welke stofjes een gewas van nature bevat. Een deel van de micronutriënten is vermoedelijk nog niet eens geidentificeerd. Die krijg je wel binnen wanneer het plantje onder natuurlijke omstandigheden groeit en niet wanneer het afhankelijk is van een door de computer samengesteld substraat. Verder denk ik dat er veel te lichtvaardig wordt gedacht over de effecten van dagelijkse blootstelling aan pesticiden.”

Vind je dit leuk? Lees dan ook ons verslag van de Pieperroute.

Pieperpad 1

Pieperpad 2

Pieperpad 3

16 reacties op Het 50 Kilometer Dieet

  1. Harmen zegt:

    Nijhof : “Waarschijnlijk is de voedingswaarde van gewassen door de jaren heen tamelijk constant gebleven.”

    Nogal een boude aanname. Is er meer over de micronutrienten van gewassen in Nederland bekend – anders dan de metingen van een Duits kuuroord?

    • Ik ben er zelf wat meer in gedoken en heb wat rond gevraagd in het wereldje wat onze gewassen produceert – onder boeren is al lang bekend dat onze landbouwgrond verschraalt en dat dit consequenties heeft. Schaamteloze link naar m’n eigen verhaal: http://harmenjeurink.wordpress.com/2012/09/24/voedingswaarde-groente-daalt-wel-degelijk/

      • CushiHuaira zegt:

        Een klein stukje vergeten geschiedenis waar ik afgelopen zomer bij toeval op stuitte:

        ” Al sinds de middeleeuwen bevloeiden boeren hun weidegronden met beekwater, om de opbrengst te vergroten. Dit gebeurde door de aanleg van vernuftige watersystemen.Pas met de komst van de kunstmest kwam er een eind aan de praktijk van het bevloeien. Het water moest voortaan juist van het land af, in plaats van erop, want de kostbare kunstmest moest vooral niet van het land wegspoelen. Daarom eisten de nieuwe landbouwtechnieken een aanzienlijke verlaging van de grondwaterstand. Bovendien moest het water zo snel mogelijk worden afgevoerd om de overlast van het neerslagoverschot tot een minimum te beperken. Vrijwel alle bestaande beken en watergangen zijn ‘genormaliseerd’, dat wil zeggen verdiept en rechtgetrokken.

        Maar in de voorgaande eeuwen wilden de boeren juist wel water over hun grasland laten stromen. Zij zorgden voor ingenieuze bevloeiingssystemen, waarmee ze grond- en oppervlaktewater naar zo veel mogelijk plekken stuurden. Zo probeerden ze hun weidegronden vorstvrij te houden en tegelijk op een natuurlijke manier te bemesten met slib of humus. De opbrengst op bevloeide gronden was overduidelijk hoger. Beekwater is vaak basenrijk en kan de condities voor stikstofbindende planten op peil houden. Beekslib bevat veel kalk, magnesium en andere essentiële mineralen die als meststoffen voor het weideland dienen. Door de graszode vorstvrij te houden, kon het groeiseizoen van het grasland met zo’n twee maanden verlengd worden.
        Meer info op: http://www.stromendlandschap.nl
        Het boek is ook te leen bij de Openbare Bibliotheek.

  2. Yvonne zegt:

    Is deze link niet meer helemaal wat het geweest is?
    http://www.platformbiologica.nl/ekogids

  3. Aangepast, dank! Wat een verkeer krijgt dat antieke verhaal vandaag ineens. De wegen van het Web zijn ondoorgrondelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s