Ik weet het, je mag geen helden hebben. Maar by golly, wat ben ik blij dat Tim Noakes er is. Hier geeft de iconische sportarts en inspanningsfysioloog een prachtig overzicht van zijn evoluerende inzichten. Mocht ik tijd vinden dan vat ik het later verder samen.
Deze geweldig interessante lezing van Dr. Stephen Phinney liet zich niet embedden in een commentaar, vandaar dat ik hem in een aparte post zet. Phinney legt hier het concept Nutritional Ketosis heel helder uit. Ik schreef er ondermeer over in het stuk Dieselpower. De man stuitert van energie, wat je niet kan zeggen van de veganistische low fat goeroe Dr. Dean Ornish, die zich aan het eind van de lezing met onderkinnen en al door het beeld sleept . Wiens mitochondriën zijn blijer? Geen tijd voor verdere uitleg, dus kijk zelf maar… Eén vraag wil ik echter wel stellen. Hoe veel koolhydraten konden we nou eigenlijk bemachtigen, 40.000 jaar geleden in onze rivierdelta?
Sportblessures kosten de samenleving geld. Maar als we professor Milind Watve mogen geloven, is een schram of kneuzing op zijn tijd absoluut noodzakelijk om optimaal gezond te blijven. Zo beschermen schaafwonden de alvleesklier. Zo leuk kan paleo zijn!
Wow. Just wow.
Hoe uit je extreme opgetogenheid in normaal jaren ’50 Nederlands? Mieters! Te mal!
Dankzij mijn wannabe barefoot loopje (zo goed George?) vanochtend heb ik weer inspiratie gekregen om ‘dat paleoboek’ toch maar te gaan maken, de golf van paleolectuur die de Nederlandse markt momenteel en in de nabije toekomst overspoelt ten spijt. Ik luisterde namelijk naar een interview van Carl Lanore met de Indiase biologieprofessor Milind Watve.
Dit genie overtuigde me er in een krap uur van dat het mogelijk en zelfs noodzakelijk is om paleo naar een hoger plan te tillen, tien stappen verder dan alleen de uitleg hoe granen, zuivel, geconcentreerde plantaardige vetten, suiker en gebrek aan zonlicht, slaap en thermostress ons ziek maken. Paleo 2.0 à la professor Watve gaat nog tien stappen verder dan zelfs Ian Spreadbury en Stephen Cunnane. Bioloog Watve schreef het boek Doves, Diplomats, and Diabetes (wedden dat jij het niet gaat kopen? ). De kern van zijn inzicht is dat je metabolisme en metabole pathologie niet los kunt zien van gedrag. Daar waren we natuurlijk al wel een beetje achter, maar Watve presenteert een paar harde causale verbanden tussen gedrag en metabolisme waar ik geen notie van had. Om in de sfeer van de vorige post en het experiment van Marianne van Dijk te blijven, ons organisme is door de evolutie ontworpen om geregeld tenminste lichte verwondingen op te lopen. Blijven die uit, dan lopen er fysiologisch dingen spaak. Watve legt bijvoorbeeld een direct verband tussen altijd op schoenen lopen en diabetes. Ik citeer hem uit het interview met Carl. “We zijn ontworpen om blootsvoets door ruig en onherbergzaam terrein te lopen. Daarbij loop je onherroepelijk kleine verwondingen op. Schrammen, soms zelfs een kneuzing of kleine stressfractuur. Uit ons onderzoek blijkt dat deze natuurlijke stressoren noodzakelijk zijn voor de aanmaak en regulatie van neuro-endocriene factoren als Epidermal Growth Factor. Deze peptide is niet alleen noodzakelijk voor een snelle wondgenezing, maar ook voor regeneratie van de insulineproducerende betacellen in de pancreas. Een gebrek aan schrammen, blauwe plekken of lichte kneuzingen leidt tot degeneratie van ondermeer de betacellen en is dus een factor in de pathofysiologie van diabetes.”
Watve heeft een dozijn omgevings- en gedragsfactoren geïsoleerd die aantoonbaar noodzakelijk zijn voor een optimale fysiologie. Hij spreekt – is het niet fantastisch! – van ‘behavioural deficiencies’, gedragsdeficiënties. Ik ga ze niet allemaal verklappen, maar je moet denken in termen van risico, onvoorspelbaarheid en agressie (waarbij je agressie niet moet verwarren met geweld). Fysieke agressie in de vorm van een agressieve sport corrigeert pathologische insulineresistentie. De dingen die wij in ons neolithische bestaan hebben uitgebannen omdat ze (licht) oncomfortabel zijn, houden ons ironisch genoeg gezond, fit en scherp. Mariannes Mokumse paleo reenactment is bij nader inzien nog veel interessanter en zinniger dan ik dacht. Nog een laatste citaat van Watve, zijn antwoord op de vraag of we de farmacologische aanpak van diabetes type 2 vaarwel moeten zeggen. “Ik ben geneigd om te zeggen van wel. De resultaten zijn om te huilen. De huidige richtlijnen adviseren wel om te bewegen, bijvoorbeeld te wandelen of te joggen, maar deze interventies hebben geen gedragscomponent. Het enige wat ze doen is calorieën verbranden. Er is een groot verschil tussen hardlopen en jagen. De twee bewerkstelligen totaal verschillende neuro-endocriene effecten. De jogger wordt met een beetje pech nog insulineresistenter, de jager, die af en toe sprint en superieur gedrag vertoont, wordt insulinegevoeliger. Als je rent, ren dan alsof je achter iets aan zit.”
Alex et al, luister naar dat interview. Het is mind blowing…
Naschrift.
Op de fiets naar het zwembad (probeer ik de 6 lezers aan te zetten tot bewegen, ben je gek ) luisterde ik laatst naar een ander genie uit India: Sugata Mitra. Over het failliet van ons Truijaanse onderwijssysteem. Een helemaal geweldige lezing. Enjoy!
Marianne van whataboutwilma.com loopt tijdens haar 100 dagen als cave woman zo veel mogelijk blootsvoets door onze fantastische, bruisende, unieke, multiculturele, eigenzinnige, kosmopolitische maar tegelijkertijd dorpse hoofdstad (tot zover de clichés, dat krijg je als je wieg op een steenworp afstand van de Hembrug stond en je jezelf hebt verbannen naar een wingewest). En hoewel ze kan rekenen op de nodige zure commentaren van vastgeroeste, chronisch ontevreden mensen die zelf nooit eens iets zullen doen dat afwijkt van de ‘norm’, weet ik vrijwel zeker dat het blootsvoets lopen een positieve impact zal hebben op haar welbevinden. De menselijke voet is behalve een waanzinnig staaltje biomechanische ingenieurskunst ook een belangrijk tastorgaan. De voetzool is bezaaid met zenuwuiteinden, die sensorische informatie over de ondergrond naar de hersenen sturen. Door de voeten in rigide (doods)kisten te stoppen, maken we onszelf in feite een beetje blind. Bevrijd je dat landingsgestel met enige regelmaat, dan gebeuren er mooie dingen. Zo zag ik eens een Japans onderzoekje waaruit bleek dat slechts 15 minuten blootsvoets wandelen over grind resulteert in een serieuze en vrij langdurige daling van de bloeddruk. Zelf ben ik (nog) een te grote conformist om me op blote poten in het openbare leven te bewegen. Ik kan niet tegen opvallen. Wel ren ik zoals de 6 lezers weten al jaren op minimal shoes en ik ben al een poos op zoek naar een paar stappers van Vivobarefoot. Dat zijn ‘modieuze’ leren schoenen, met een flinterdun, superflexibel maar sterk zooltje. Ze benaderen de barefoot ervaring, maar besparen je de onvermijdelijke Sorry, I don’t do Jesus reacties, als je bijvoorbeeld de weg vraagt. Online kun je ze zo bestellen, maar ik wil ze per se eerst passen. Zelfs in Amsterdam kon ik ze niet vinden, wat aangeeft hoe vreemd het idee dat we zonder schoenen werden geboren anno 2013 nog is.
Annieweg. Hier is een verhaaltje over schoenen, over soft barefoot zou je kunnen zeggen, voor mensen die nog niet zo heel vertrouwd zijn met het paleo gedachtegoed, maar die zich wel kunnen voorstellen hun voeten iets meer vrijheid te geven. De tekst verscheen eerder in een krant.
Schoenen beschermen ons tegen scherpe voorwerpen en de elementen. Maar als het aan de voet lag, liep hij lekker in z’n blootje. De perfecte schoen biedt dan ook een compromis. Hij laat de voet vrij, verschaft geen steun en heeft een dunne, flexibele zool.
Vier miljoen jaar evolutie boetseerde de perfecte menselijke voet. Ons onderstel vormt een wonder van biomechanisch vernuft, met honderden botjes en pezen, dat ons in elk terrein en onder de meest onvriendelijke omstandigheden van A naar B bracht. Uit voetafdrukken in een versteende Australische rivierbedding bleek onlangs dat onze voorouders daar twaalfduizend jaar geleden met 32 kilometer per uur achter een bison aan renden. Niet op een paar Nike Air, dat mag duidelijk zijn.
Toch denken veel mensen dat moderne voeten stevige schoenen met dikke zolen nodig hebben om gezond groot te groeien en daarna gezond te blijven. Klopt dat? “Nee,” luidt het besliste antwoord van Dr. Ralph Sakkers, orthopedisch chirurg in het Wilhelmina Kinderziekenhuis van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. “Dat idee stamt uit de eerste helft van de vorige eeuw, toen invloedrijke orthopeden meenden dat de voet vormbaar was en dat voeten en andere lichaamsdelen als het ware in een korset geperst moesten worden om zich goed te ontwikkelen. Later is met behulp van moderne beeldvormende technieken aangetoond dat rigide schoenen de ontwikkeling van de voet juist negatief kunnen beïnvloeden. En als je slappe voeten ondersteunt met heel stevige schoenen, blijken ze alleen maar nog slapper te worden. Onder specialisten bestaat hierover al vrij lang consensus. Maar achterhaalde ideeën ijlen vaak lang na, vandaar dat dit bij het publiek nog steeds leeft.”
In principe hebben we volgens Sakkers geen schoenen nodig. “Het lichaam is niet ontworpen om op schoenen te lopen, zo simpel is het,” zegt hij. “Maar schoenen bieden wel comfort en bescherming. Op blote voeten in kou en regen door de asfaltjungle struinen, is natuurlijk niet echt ideaal. Gelukkig zijn goede schoenen volmaakt onschadelijk. Een goede schoen moet vooral soepel zijn. Je moet de zool met één hand kunnen dubbelvouwen. Vervolgens is de pasvorm belangrijk. Met name de tenen moeten voldoende bewegingsvrijheid hebben. De materiaalkeuze is een kwestie van smaak en beurs. Medisch gezien maakt het niks uit of je op sandalen, linnen gympen of kalfslederen schoenen loopt. Wel gaan goed geproduceerde schoenen mogelijk langer mee. Die zullen over het algemeen wat duurder zijn.”
Maar hoe zit het dan met mensen met platvoeten? Moeten die geen stevige schoenen met steunzolen dragen? Sakkers: “Meestal niet. Vrijwel alle jonge kinderen hebben wat je noemt soepele platvoeten. De meeste westerse kinderen ontwikkelen vervolgens de gewelfde voetboog die wij hier normaal vinden. Maar in grote delen van de wereld houdt 70 procent van de bevolking platvoeten. Die mensen ondervinden daar geen enkele hinder van. Ze lopen geweldig! Meestal behoren platvoeten dan ook tot de normale variatie. Het ondersteunen ervan met een steunzool heeft geen enkel positief effect en leidt zeker niet tot opheffing van het vermeende euvel. Ook in de Nederlandse gezondheidszorg wordt nog veel geld verkwist aan orthopedische schoenen en inlegzolen voor platvoeten. Speciaal schoeisel is eigenlijk alleen geïndiceerd bij voeten met aangeboren afwijkingen, ouderdomsafwijkingen en bij bijvoorbeeld spastische voeten. En dan dient het om de klachten te verminderen. Het kan de voeten helaas niet beter maken.”
Heel wat mensen vinden het taboe om tweedehands schoenen te kopen. Ze denken dat gedragen schoenen vooral kindervoeten geen goed doen. “Zelfs nu velen het economisch zwaar hebben, zien wij dat schoenen zo’n beetje de allerlaatste goederen zijn die tweedehands worden aangeschaft,” zegt Aagtje Willems, medewerkster van een grote kringloopwinkel in Amsterdam. “Terwijl hier vaak uitstekende schoenen liggen, voor heel weinig geld. Met wat geluk spaar je zo maar honderd euro uit.” Orthopedisch chirurg Sakkers herkent het. “Ja, ook het idee dat lopen op gedragen schoenen slecht is, is wijd verbreid. De biologische waarheid is dat het helemaal niets uit maakt. Als de schoen heel is en lekker zit, is het goed. Vroeger werden schoenen in gezinnen helemaal afgedragen. Het oudste kind kreeg nieuwe schoenen en die werden doorgegeven aan de jongere broertjes en zusjes. Niemand is daar slechter van geworden. Toen mijn dochter bijna 5 was, liep ze ook een poosje op schoenen die door een ander kind waren gedragen. We vonden ze op een schoenenruilbeurs.” Zelfs over scheef afgesleten zolen hoeven we volgens de orthopeed niet moeilijk te doen. “Er is geen enkele aanleiding om te denken dat scheve zolen slijtage van de gewrichten of standsafwijkingen veroorzaken.”
De notie dat voeten een stevig korset kunnen missen als kiespijn ligt in de schoenen-wereld uiteraard gevoelig. Je zult niet snel een zakenman tegenkomen die rondbazuint dat zijn product eigenlijk overbodig is. Een uitzondering is de 37-jarige Galahad Clark, telg uit de gelijknamige, 188 jaar oude Britse schoenmakersdynastie. Hoewel hij trots is op zijn afkomst, streeft de ondernemer hartstochtelijk naar een wereld zonder schoenen. Of preciezer, naar een wereld zonder conventionele schoenen. “Mensen zijn gemaakt om blootsvoets te lopen en te rennen,” zegt ook Clark. “Gewone schoenen en zeker moderne varianten met gimmicks als schokabsorptie en ergonomisch gevormde zolen doen de voeten meer kwaad dan goed. Rigide, dikzolige doodskisten ontnemen de voeten het contact met de grond. De voetzolen zitten barstensvol met zenuwuiteinden. Het zijn feitelijk tastorganen. Als je ze dik inpakt, krijgen je hersenen nauwelijks informatie over de ondergrond. Dat staat een gezond, natuurlijk beweegpatroon in de weg.” Hoewel de door zijn geboorte al welgestelde Galahad Clark nooit een carrière in het familiebedrijf ambieerde, belandde hij toch in het schoenenvak. Zijn bedrijf Vivobarefoot maakt zeg maar een soort antischoenen. Clark: “Blootsvoets lopen is de gouden standaard. Het resulteert in gezondere voeten, een betere houding en een geringere belasting van de gewrichten. Maar in de stadsjungle wil je geen natte voeten krijgen. Blootsvoets in een stuk glas trappen is ook niet echt handig. Vivobarefoot produceert daarom schoenen die geen steun bieden, de voet volop vrij laten en een flinterdunne, maar wel ondoordringbare zool hebben.” Het concept is een succes, zij het vooralsnog vooral dankzij de belangstelling vanuit Amerika. Afgelopen jaar bedroeg de omzet van de firma 10 miljoen pond. Maakte het zwarte schaap van de familie Clark aanvankelijk alleen kinder- en hardloopschoenen, inmiddels richt zijn bedrijf zich ook op het wat formelere segment. Met een knipoog merkt de CEO op: “Alleen bankiers vinden bij ons nog niets van hun gading, maar die hebben het verdiend om een nog een poosje af te zien.”
Orthopedisch chirurg Sakkers staat sympathiek tegenover de toepassing van evolutiebiologische inzichten, maar is van mening dat Galahad Clarks stelling dat gewone schoenen niet goed zouden zijn niet houdbaar is. “Zijn uitspraken baren natuurlijk opzien en ze zijn goed voor zijn eigen product. Maar ik denk dat de kritiek op de klassieke schoen niet helemaal terecht is. Vooral schoenen in het wat duurdere segment zijn vaak gemaakt van dun, soepel leer en hebben soepele leren zolen. Ook Clark maakt van oudsher schoenen waarin de voeten eigenlijk helemaal vrij zijn. Een mooi voorbeeld zijn de populaire Clarks die bekend stonden als bruine sluipers. Suède schoenen met een soepele zool van een soort kunststof schuim. Ik herinner me ze nog uit mijn jeugd. Fantastisch fijne schoenen. Tal van schoenmakers produceren soortgelijke schoenen. De antischoenen van Galahad zullen een nicheproduct zijn, met een eigen imago. Prima, als mensen maar beseffen dat de meeste gewone schoenen ook goed zijn, zolang ze soepel zijn en een goede pasvorm hebben.”
Gympies
Sportschoenen in alle prijsklassen met dunne, flexibele zolen zijn goed voor zowel groeiende als volwassen voeten. Orthopedisch chirurg Ralph Sakkers: “Kinderen springen vaak een gat in de lucht als ik tegen hun ouders zeg dat gympies net zo goed voor de voet zijn als leren schoenen. Jippie! Eindelijk mogen ze die coole schoenen die ze altijd wilden hebben, kopen.”
Pumps
Schoenen met naaldhakken zijn de perfecte belichaming van het spreekwoord ‘Wie mooi wil zijn moet pijn lijden’. De naaldhak ontstond zo’n tweehonderd jaar geleden in de hogere kringen. Wandelen was in die tijd iets voor arbeiders, die volgens het boek Schoenen tijdens de Verlichting ‘ongeschoeid en altijd zwanger’ waren. Gegoede burgers overbrugden zelfs geringe afstanden per koets. Om hun superioriteit extra te onderstrepen gingen vooral rijke vrouwen op naaldhakken lopen: schoenen waarop je overduidelijk niet meer dan enkele tientallen meters uit de voeten kon. Orthopeed Sakkers: “Geregeld op naaldhakken of gewone hoge hakken lopen is geen enkel probleem. Maar als je het altijd doet, kunnen je achillespezen korter worden.”
Mocassins
Achteraf bezien een barefoot shoe avant la lettre. Een simpele maar stijlvolle lap leer met een dunne, flexibele zool. Zit bijna als een handschoen om de voet, biedt geen steun, neemt niet alle sensorische input van de ondergrond weg en is ook nog eens okay in bijna alle sociale situaties.
Teenslippers
Geven geen enkele steun, maar bieden bescherming tegen steentjes. Ideaal zomerschoeisel. Ongeschikt om op te hardlopen, omdat je dan met je tenen moet ‘klauwen’ om ze niet te verliezen. En met gekromde tenen hardlopen is vrijwel onmogelijk.
Sandalen
De term stamt van ‘sandal’, het oude Perzische woord voor schoen. In bijbelse tijden bestonden alle schoenen uit een eenvoudige zool, die met bandjes of touw aan de voeten werd gebonden. Tegenwoordig heb je deze open schoenen in alle mogelijke uitvoeringen. Van een lapje leer met een paar touwtjes tot high tech exemplaren met ergonomisch gevormde, schokabsorberende zolen. Onze voeten prefereren sandalen met een flexibele zool.
Bergschoenen
Zelfs hier gaat het argument dat ze steun moeten bieden niet op. Dokter Sakkers: “Als je op een oneffen, rotsige ondergrond loopt, is het handig wanneer de schoenen stoten en scherpe randen overleven. Gympen gaan in een ruige omgeving al snel aan flarden. Maar als ze heel slijtvast zouden zijn, zouden ze prima voldoen.” Steeds meer bergwandelaars prefereren minimal trail shoes, schoenen met een flexibele maar scheurbestendige zool, waarin je de ondergrond met voetzool en tenen ‘voelt’. Ondermeer het merk Merrell heeft een lijn minimal wandelschoenen. In tegenstelling tot wat de intuïtie ingeeft, zwik je op een flexibele schoen minder snel dan op een rigide bergschoen, omdat je de ondergrond beter voelt en daardoor beter balans kunt houden.
Hardloopschoenen
Onderzoekers van Harvard baarden in 2008 opzien toen ze aantoonden dat mensen het meest efficiënt hardlopen op blote voeten. Vervolgstudies wezen uit dat hardloopschoenen met schokdemping en voetcorrectie eerder tot meer blessures leiden dan dat ze die voorkomen. “Landen op de hak en dan afrollen is onnatuurlijk,” aldus evolutionair bioloog Daniel Lieberman van Harvard. “De beste hardloopschoen is plat, dun en dempt niet.” Het aantal barefoot runners groeit gestaag, ook in Nederland. Zij lopen blootsvoets of op zogenoemde barefoot shoes, zoals de ‘voethandschoenen’ Vibram FiveFingers. Grootste bezwaar van die laatste: de teentjes zorgen voor een Jezus look.
Jaarlijks wordt bij ongeveer 40.000 Nederlanders de diagnose Hernia Nuclei Pulposa (HNP) gesteld. Hernia betekent uitstulping, nuclei pulposa staat voor tussenwervelschijf. Tussen de wervels in de wervelkolom zitten ringen van kraakbeenachtig weefsel. Deze 23 schijven fungeren als schokdempers en geven de rug flexibiliteit. Door degeneratie van het kraakbeenweefsel kan de starre buitenkant scheuren, waardoor de wat zachtere inhoud van de schijf als het ware naar buiten wordt gedrukt. Vaak is dat precies op de plek waar de zenuwbanen het wervelkanaal verlaten. Wanneer de uitstulping op zo’n zenuwwortel drukt, wordt de functie van de zenuwbaan belemmerd en ontstaan bovendien ontstekingsreacties. Ruim 90 procent van de hernia’s treden op in de onderrug. De meest karakteristieke klacht die daardoor ontstaat is niet rugpijn, maar een uitstralende pijn in een been en eventueel ook een doof gevoel, tintelingen of gevoelloosheid op bepaalde plekken van de huid van dat been. Ruim 13.000 Nederlanders ondergaan jaarlijks een herniaoperatie. Een veelvoud van dat aantal is dagen tot weken per jaar ziek thuis. Hernia is, met andere woorden, een duur grapje. Mensen die licht werk doen hebben het net zo vaak als mensen die zwaar werk doen.
Bla, bla, bla. Ja? Nou? En? So what? Dit is een paleoblog! Wij willen fuckeronie nog aan toe waar voor ons geld. Wij willen een paleolink!
Geduld.
De geniale Deense onderzoekster Hanne Albert (Nobelprijs nog slechts een kwestie van decennia, mind mark my words) ontdekte dat veel patiënten die aan een hernia worden geopereerd de bacterie Propionibacterium acnes in hun ‘liquor’ (geen sterke drank, maar cerebrospinale vloeistof, het vocht in de wervelkolom ) hebben. Die hoort daar niet. Het anaerobe grut zit normaal gesproken alleen in haarzakjes en in de mond. Een ongezonde neolithische mond legt echter de rode loper voor ze uit, terwijl stevig tandenpoetsen ze ook in een gezonde mond de circulatie in helpt. Hanne Albert vogelde uit dat Propionibacterium acnes zich graag nestelt in tussenwervelschijven die op hun donder hebben gehad en proberen zichzelf te herstellen. Ze komen dan via minuscule vaatjes die ten behoeve van de reparatie zijn aangelegd de verder slecht doorbloede schijf binnen, beginnen een feestje en piesen in de toiletten lallend grote hoeveelheden propioninezuur naast de pot. Dit agressieve spul breekt het weefsel verder af, veroorzaakt ontstekingsreacties die de zenuwbanen irriteren (pijn, doof gevoel, krachtverlies, etc.) en zelfs microfracturen in de aangrenzende wervels. Maar wat mevrouw Albert een ticket naar Stockholm gaat opleveren, is haar gerandomiseerde, placebogecontroleerde antibioticatrial, waarvan ze de uitkomsten enkele dagen geleden publiceerde. Een langdurige behandeling met huis tuin en keuken antibiotica (drie maanden) verlost erg veel patiënten van hun klachten.
Alle ruglijders naar de huisarts dus, voor een kuurtje Amoxicilline. Exit lucratieve ‘herniastraten’. Of is er misschien ook een oplossing die het resistentie-probleem niet nog groter maakt dan het al is? Eens kijken. Waar kennen we die Propionibacterium acnes ook weer van? O ja. Van de acne natuurlijk. Van de jeugdpuisten. Van die huidaandoening die volledig op het conto van de combinatie granen/suiker/melk blijkt te moeten worden geschreven. Van die huidaandoening die onder jager/verzamelaars niet voorkomt. Bij acne vulgaris is de aanwezigheid van genoemde bacterie noodzakelijk. Zonder de bugger ontstaat het niet. Maar Cordain en anderen toonden onomstotelijk aan dat het elimineren van neolithische ‘voedingsmiddelen’ de etter volledig ontwapent. Paleo geneest acne. Snel. Je leest het hier, hier, hier, hier en hier. Paleo ontneemt Propionibacterium acnes zijn voedingsbodem en voorkomt dat Homo sapiens acne ontwikkelt.
Ik zou een speculatieve opmerking kunnen plaatsen, maar daarmee transformeer ik deze speeltuin alleen maar nog meer tot een cultcorner .
Willen de n=1’en bij wie Paleo gepaard ging met vermindering van rugklachten zich melden?
Werkt het recept tegen acne ook tegen hernia? Pets. Die kon een draai om z’n oren krijgen. Want met zo’n vraag was je bij oma aan het verkeerde adres! Vrij naar Freek de Jonge.
Paleo rekent af met de gekste ongemakken (daarom gelooft iedereen dat het nonsens is) en verbetert levens. Naar mijn bescheiden mening zou het de standaard basisinterventie moeten zijn van zo’n beetje elk preventieprogramma. Maar er zijn omgevingsfactoren waar we echt niet onderuit komen. Luchtvervuiling, bijvoorbeeld. Met name fijnstof wordt steeds sterker in verband gebracht met hart- en vaatziekten. Intensief bewegen in druk spitsverkeer is dan ook waarschijnlijk geen goed idee.
Wat hebben mijnwerkers, vrachtwagenchauffeurs, verkeersagenten, tolhuiswachters en inwoners van de Indiase stad New Delhi gemeen? Ze worden allemaal buitenproportioneel geplaagd door hart- en vaatziekten. Mijnwerkers in Rusland en China sterven gemiddeld op hun 42-ste een natuurlijke dood. Lijkschouwingen wijzen uit dat ze vaak ongemerkt meerdere hartinfarcten hebben doorgemaakt. Veel bewoners van de binnenstad van New Delhi zijn nauwelijks beter af. De andere groepen hebben ‘slechts’ een vier keer verhoogd risico op een hart- of herseninfarct. Er is één onzichtbare factor die deze onfortuinlijke groepen verbindt: de concentratie fijnstof in de lucht die ze inademen. Ultrakleine deeltjes – kolenstof, vliegas, roet – blijken diep in de longen te kunnen doordringen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een hoge fijnstofbelasting niet alleen de longfunctie aantast, maar ook een direct negatieve invloed heeft op de kransslagaderen, die de hartspier van vers bloed voorzien, op het autonome zenuwstelsel en op de bloedstolling.
Fijnstofconcentraties worden uitgedrukt als PM10 in microgram per kubieke meter. PM10 staat voor Particulate Matter kleiner dan 10 micrometer. Russische mijnwerkers doen zwaar lichamelijk werk bij PM10-concentraties die oplopen tot meer dan 5000 microgram per vierkante meter. De gemiddelde PM10 in New Delhi is 2000 microgram per vierkante meter, terwijl het jaargemiddelde op het ‘vuilste’ Nederlandse meetpunt, de Graafseweg in Nijmegen, 38 microgram per kubieke meter bedraagt. Het stoffigste Vlaamse meetpunt is Oostbrozebeke, met gemiddeld 41 microgram/m3. Dit even voor het perspectief.
Nederland en België zijn dus relatief schoon, al had België in december nog te kampen met een hardnekkige fijnstofsmog, waarbij de gemiddelde dagwaarde op alle meetpunten langdurig de alarmwaarde van 75 microgram/m3 overschreed. Toch is het ook buiten smogperiodes wellicht verstandig eens na te gaan hoe ‘schoon’ je loopt of fietst en om paden langs walmende autowegen voortaan te mijden. Leidse cardiologen stelden een paar jaar geleden vast dat mensen aanzienlijk meer atherosclerose en hartklachten hebben, naarmate ze dichter bij een drukke autoweg wonen. Volgens internationaal onderzoek is dat biologisch goed verklaarbaar. Het inademen van fijnstof leidt onmiddellijk tot de aanmaak van een stofje met de weinig prozaïsche naam sICAM-1 in de bronchiën en longen. sICAM-1 spoort op zijn beurt zogenoemde vreetcellen aan om de troep in de longen op te ruimen. Het stofje gaat echter circuleren en activeert witte bloedlichaampjes om de slagaderwand te bewerken, met als ongewenst resultaat schuimcelvorming en atherosclerose. Andere door fijnstof uitgelokte ontstekingsmechanismen frustreren de functie van de slagaderwanden direct, zodat ondermeer de doorbloeding van de hartspier in het gedrang kan komen, vooral bij stevige lichaamsbeweging.
Epidemiologisch onderzoek laat wereldwijd zien dat het aantal hartinfarcten gelijke tred houdt met de PM10-concentratie in de atmosfeer. Ook voordat de mens op grote schaal fossiele brandstoffen ging verstoken, deed fijnstof zijn verwoestende werk. Vulkanen zaaien na een uitbarsting ziekte en dood op duizenden kilometers afstand. Zo kostte een eruptie van de IJslandse vulkaan Laki in 1738/’39 het leven aan zeker tienduizend Britten. Britten? ‘Kerkelijke archieven geven aan dat van augustus 1738 tot maart 1739 ruim elfduizend Engelsen extra ter aarde werden besteld, voornamelijk langs de oostkust,’ vertelt Dr Clive Oppenheimer, vulkanoloog aan de universiteit van Cambridge. ‘Lange tijd was deze excessieve oversterfte een raadsel. Er heerste in die periode geen zware griep of andere epidemie. Er kwam helderheid in de zaak toen een van onze mensen opmerkte dat deze mysterieuze ‘pest’ had huisgehouden in een strook waar we ook asdeeltjes afkomstig van Laki vinden.’ In het tijdschrift ‘Gentleman’s Magazine’ schrijft een verslaggever in augustus 1738: ‘Een dikke, hete damp hangt sinds enige dagen in het dal en maakt het ademen zwaar. De zon en de maan zijn nog slechts vaag zichtbaar, als gloeiende streepjes.’ Met moderne technieken toonde Oppenheimer aan dat de sterfgevallen te wijten waren aan een extreem hoge fijnstofconcentratie. Tonnen as en zwaveldioxide waren de stratosfeer ingeslingerd, om een paar duizend kilometer zuidelijker neer te dalen. ‘Extreme vulkanische fall out leidt tot sterke toename van luchtwegaandoeningen, beroertes, hartinfarcten en fatale hartritmestoornissen, ook bij jonge mensen,’ weet ook Oppenheimer en gaat nog een stap verder. ‘We hebben aanwijzingen dat de moeilijk te verklaren verspreiding van sommige ziekten over de aarde deels te maken heeft met de relatief bescheiden fall out van normale vulkanische activiteit.’
Forse lichamelijke inspanning maakt blootstelling aan abnormale doses fijnstof exponentieel gevaarlijker. Niet alleen vanwege een eventueel verminderde bloedvoorziening van het hart. Ultrafijne partikeltjes dempen het vermogen van het autonome zenuwstelsel om kleine correcties uit te voeren, waardoor zich vooral in een snel kloppend hart gemakkelijker kortsluiting voordoet: plotse hartdood. Oppenheimer vermoedt dat veel van de slachtoffers in Lancashire landarbeiders waren, druk in de weer met het binnenhalen van de oogst.
Gaan we vandaag hardlopen, skaten of Stadswilderen in het Amsterdamse Florapark naast de deur, of nemen we de loopschoenen liever mee naar tante Jo in Wieringerwerf (sorry, Jo, niet persoonlijk bedoeld)? Als je het zekere voor het onzekere wilt nemen, kijk je voortaan eerst even bij het RIVM. In België raadpleeg je de site van de Vlaamse Milieu Maatschappij. Fijnstofconcentraties worden in Nederland en België voortdurend gemeten, door het RIVM respectievelijk VMM-IRCEL. De waardes van de regionale, stads- en straatstations worden direct weergegeven op de meetnetpagina’s en ieder uur ververst. Kleurenkaarten laten in één oogopslag zien of het bij jou in de buurt aan de stoffige kant is. Hier vindt je ook de dagelijkse fijnstofverwachting. Waar ligt de ‘veilige’ grens? Die is als gezegd nog arbitrair. De Europese Unie heeft bepaald dat de PM10-concentratie – dus de concentratie deeltjes die kleiner zijn dan 10 micrometer en die diep in de longen kunnen doordringen – nergens vaker dan 35 keer per jaar het daggemiddelde van 50 microgram per kubieke meter mag overschrijden. Op de meeste plaatsen in Nederland wordt aan die eis voldaan, maar op drukke straten en vooral langs snelwegen wordt de norm overschreden. Dit is vermoedelijk één van de redenen waarom mensen die erg dicht bij een snelweg wonen ondanks de plaatsing van geluidswallen gemiddeld vijf jaar korter leven. In het Belgische Roeselare werd in 2012 gedurende 79 dagen een te hoge concentratie gemeten. In het Florapark te Amsterdam was het op 40 dagen stoffig, in Wieringerwerf daarentegen slechts op 7 dagen. Op een windstille zaterdag zou het dus zo maar kunnen dat je voor je HIIT baggertraining liever afreist naar tante Jo. Waarmee je natuurlijk wel bijdraagt aan een verhoging van de fijnstofconcentratie. Overigens worden Nederland en België in rap tempo schoner, dankzij steeds schonere motoren en allerlei innovatieve technieken om industriële uitstoot te beperken.
De IJslandse vulkaan Laka zorgde voor een gigantische toename van de fijnstofconcentratie in Engeland. Maar als een echt grote vulkaan gaat spugen, is fijnstof in eerste instantie nog het minste probleem. Amerika’s meest explosieve vijand zit vermoedelijk niet in Bagdad, Teheran of Kandahar, maar in haar eigen bodem. Onder het adembenemend mooie nationaal park Yellowstone, jaarlijks goed voor miljoenen bezoekers, ligt een tijdbom die wanneer hij afgaat mogelijk de mensheid wegvaagt. Pas sinds de jaren ’70 weten wetenschappers dat dit gebied van 70 bij 30 kilometer niets anders is dan de ‘krater’ van een gigantische vulkaan. Ze kwamen daar achter toen NASA vanuit de ruimte testfoto’s van de aarde maakte. Alleen vanaf grote hoogte is duidelijk te zien dat het enorme gebied een zogenoemde ‘caldera’ (vulkaanbodem) is. Onder een ‘dun’ schilletje gestolde lava pruttelt een gloeiend hete magmakamer van 20.000 kubieke kilometer. Gassen uit het diepste van de aarde hopen zich op in die taaie soep en zorgen dat de druk langzaam maar zeker stijgt. Deze bubbelende massa van gesmolten steen en metaal veroorzaakt vrijwel elke dag aardbevinkjes en is verantwoordelijk voor de duizenden geisers, die met de regelmaat van de klok duizenden liters kokend water spuiten. Yellowstone, zo berekenden wetenschappers, komt elke 600.000 jaar tot uitbarsting. De laatste eruptie had 640.000 jaar geleden plaats. Hij is dus over tijd. Nou komt het niet aan op een paar duizend jaar, maar feit is dat 22 seismologische stations in het gebied steeds meer onrust waarnemen. “Alles wijst er op dat deze slapende reus langzaam maar zeker aan het ontwaken is,” zegt professor Robert Christiansen van de US Geological Survey, de waakhond die de activiteit van Yellowstone met argusogen in de gaten houdt. “Als hij ontwaakt, hebben we een ramp op wereldschaal. Alles in de buurt van het park verbrandt. En de rest van de wereld krijgt te maken met een vulkanische winter.”
Zodra de druk van gas en magma een bepaalde kritische grens bereikt – niemand weet precies wanneer – explodeert de boel. Het zal de luidste knal zijn die moderne mensen ooit hebben gehoord. De kracht van de explosie is vergelijkbaar met de inslag van een flinke asteroïde. Kubieke kilometers steen, as, stof en zwaveldioxide worden de stratosfeer ingespoten en verpreiden zich binnen enkele dagen rond de aarde. Deze laag rommel houdt een deel van de zonnestraling tegen. Het gevolg is een plotseling intredende mini-ijstijd. “De gevolgen van zo’n vulkanische winter zijn ronduit apocalyptisch,” zegt geoloog Michael Rampino van de universiteit van New York. “Je krijgt een globale temperatuurdaling van 5 graden. Dat betekent dat de zomers op hogere breedten zo’n 15 tot 20 graden kouder worden. De winters worden ijskoud. Hele ecosystemen worden vernietigd. Zeker tien jaar lang zullen landbouwgronden niets opleveren. Het achterland van Yellowstone is met bijna vijftig procent van de globale graanproductie de broodmand van de wereld. Dat verandert letterlijk in een graankachel. Als overheden geen enorme voorraden aanleggen, zal na een superuitbarsting in korte tijd wereldwijd hongersnood ontstaan. Zelfs als de helft van de bevolking onmiddellijk wordt uitgeroeid door ziekte.”
En dan zijn we terug bij het fijnstof. Wie bij een Yellowstone-eruptie ver genoeg van het epicentrum verwijderd is om niet onmiddellijk door lava, puin, gas of dodelijke concentraties zwavel en CO2 te worden vernietigd, loopt zonder beschermende maatregelen een groot risico om in een tijdsbestek van enkele dagen te creperen. Aan een longaandoening waarbij vergeleken de vogelgriep een koutje is. De van oorsprong Nederlandse paleontoloog Mike Voorhies ontdekte begin jaren ’70 bij toeval dat de uitbarsting van een supervulkaan ook elders op aarde adembenemende consequenties moet hebben. Voorhies: “Op een dag was ik wat aan het struinen aan de rand van het stadje Orchard, in het middenwesten van de States. Plotseling stond ik oog in oog met de stille getuigen van een gigantische prehistorische catastrofe. Zware regenbuien hadden op een helling de fossiele resten van 200 rhinosauriërs blootgelegd. Toen we gingen graven, vonden we ook skeletten van kamelen, paarden en schildpadden. Het was duidelijk dat de dieren plotseling en vrijwel tegelijk waren gestorven. De meeste in de kracht van hun leven. Een datering wees uit dat ze zo’n tien miljoen jaar geleden inderdaad plotseling aan hun eind waren gekomen. Maar hoe? Waaraan?” Collega’s van Voorhies ontdekten op alle beenderen een merkwaardige witte afzetting. “Bij nadere bestudering bleek het geen afzetting te zijn, maar weefsel dat op botten gaat groeien als een dier of mens langzaam stikt,” zegt Voorhies. “Waren de dieren misschien gestikt in vulkanische as? Het leek ons onmogelijk. De dichtstbijzijnde plek waar ooit vulkanische activiteit is geweest, lag bijna 2000 kilometer verderop, in het gebied Bruneau Jarbridge. We dachten eerder aan de inslag van een meteoriet, maar ook daarvan was geen spoor.” Al snel vonden de onderzoekers uit dat de laatste eruptie van Bruneau Jarvik wel degelijk precies samenviel met de prehistorische massaslachting bij Orchard. Ze besloten bodemmonsters van beide plekken met elkaar te vergelijken. Voorhies: “Nou, dat was dus bingo. De grond in Orchard bevatte asresten die met honderd procent zekerheid afkomstig waren van Bruneau Jarbridge. De ontnuchterende feiten staarden ons recht in het gezicht. Vulkanen kunnen op grote afstand doden.”
Wetenschappers vergelijken Yellowstone met een gigantische champagnefles die al een flinke poos is geschud. Robert Christiansen van de US Geological Survey: “De kurk is zelfs al een stukje omhoog gekomen. Het hele park is in korte tijd meer dan een meter gestegen. Helaas is het onmogelijk om precies te voorspellen wanneer ‘ie er echt af knalt. Honderd jaar is niets in geologisch perspectief.”
Laten we hopen dat het de woelende reus onder het nationale park Yellowstone zich nog even koest houdt. Want een eruptie heeft gevolgen voor alles wat er op aarde leeft. De aarde heeft maar een handjevol supervulkanen en de laatste, Toba op Sumatra, liet alweer 74.000 jaar geleden van zich horen. Wetenschappers weten al een poosje dat Toba een forse vulkanische winter veroorzaakte, maar wat voor impact deze knal precies op de mens had, was tot voor kort een slag in de lucht. Het antwoord kwam onlangs uit onverwachte hoek: uit ons eigen DNA. En het is verbijsterend.
“Sinds kort weten we dat het DNA in de energiefabriekjes van onze cellen, de mitochondriën, een nauwkeurige tijdbalk van de geschiedenis van een soort vormen,” zegt professor Lynn Jorde, geneticus aan de universiteit van Utah. “Mitochondriaal DNA wordt uitsluitend doorgegeven door de moeder en verandert maar heel langzaam. Daardoor kun je grote gebeurtenissen, zoals bevolkingsgroei, bevolkingsafname terugzien in de compositie ervan. Vergelijk het met de jaarringen van een boom.” Twee jaar geleden ontdekten Lynn en haar Nederlandse collega Jan Bol (universiteit van Washington) iets vreemds. Bol: “Gegeven de honderdduizenden jaren dat de mens al bestaat, zou je in ons mitochondriale DNA een flinke variatie moeten aantreffen. Maar dat is niet zo. Alle zes miljard mensen op aarde hebben vrijwel hetzelfde mitochondriale DNA. We zijn in feite allemaal broers en zussen. We zijn voortgekomen uit een paar moeders die ook weer zusjes waren.” Dat betekent volgens Jorde en Bol dat we allemaal direct afstammen van één, nauw verwante groep van hooguit 5000 personen. Lynn Jorde: “De boodschap is glashelder: de mensheid is relatief kort geleden vrijwel volledig uitgeroeid. Er moet een gigantische catastrofe hebben plaatsgehad, die slechts een handjevol mensen hebben overleefd. Wij zijn nazaten van die overlevenden.” Jorde en Bol kunnen aan de genetische tijdbalk ook vrij precies aflezen wanneer die massaslachting zich moet hebben voltrokken: tussen de 70.000 en 80.000 jaar geleden.
Het borrelt onder het Yellowstone Nationaalpark
De door Toba veroorzaakte vulkanische winter heerste 74.000 jaar geleden, midden in de door Jorde afgebakende periode. Professor Rampino: “Keihard bewijs ontbreekt, maar dit zijn feiten die niemand kan ontkennen. Yellowstone is van een nog wat groter kaliber dan Toba destijds was. Als hij afgaat – en dat doet ‘ie – zal de beschaving kraken in zijn voegen. Tenzij we groteske maatregelen nemen, denk aan schuilkelders en voedselvoorraden, gaan we naar de filistijnen.”
Professor Arne Astrup in gesprek met Gary Taubes op de obesitasconferentie in San Diego. Foto: Andreas Eenfeldt
Dr Andreas Eenfeldt, Kostdoktorn, neemt momenteel deel aan een grote obesitasconferentie in San Diego. Veel grote namen in de wereld van het onderzoek naar overgewicht en diabetes zijn aanwezig. Zo ook de Deense fysioloog en obesitasonderzoeker Arne Astrup en wetenschapsjournalist Gary Taubes. Het zou me verbazen als Jaap Seidell er niet is. Arne Astrup – qua academische invloed een Martijn Katan tot de macht tien – staat bekend als een havik, een stoïcijns aanhanger van het tautologische verklaringsmodel calorieën in calorieën uit (CICO). Hij heeft zich vaak zeer kritisch uitgelaten over koolhydraatrestrictie en geldt ook als een fanatiek pleitbezorger van de hypothese dat verzadigd vet hart- en vaatziekten veroorzaakt.
Guess what. Andreas Eenfeldt was aanwezig bij een onderonsje tussen Astrup en Taubes. Zegt Astrup tegen Taubes: “Ik ben van mening veranderd. Ik zat er naast. Jij had gelijk.” Astrup leidde de DIOGENES studie naar het effect van diverse voedingspatronen op diabetes en overgewicht. Een voeding met relatief weinig koolhydraten en meer eiwit en vet gaf in dat experiment de grootste gezondheidsverbeteringen.
Dit is groots. Andreas vroeg de oude rot of hij deze turnaround mocht citeren en daar had hij geen bezwaar tegen. Op zijn blog steekt Andreas zijn bewondering voor dit staaltje grootmoedigheid niet onder stoelen of banken. Ik sluit me volledig bij hem aan. Diepe buiging. Zoals professor Mann destijds al zei: dit onderscheidt de mannen (m/v) van de jongetjes.
Arne al even aangeschoten, Jaap? Wanneer ga je adviseren dat vooral levensmiddelen met een lage glycemische load en veel fysiologisch veilig, verzadigd vet groene Vinkjes verdienen? Dat diabetogene nonvoeding als Weetabix en magere melk eigenlijk helemaal geen Vinkje zou mogen krijgen? Dat mensen met overgewicht, metabool syndroom en diabetes vooral moeten uitkijken met koolhydraatbommen als brood en andere meelproducten, of ze nou volkoren zijn of niet, zelfs nog afgezien van de rampzalige immuundisregulerende effecten? En dat dit welbeschouwd voor iedereen geldt?
KWF Kankerbestrijding adviseert om de huid gedurende de zomermaanden voortdurend in te smeren met een zonnebrandcrème met hoge beschermingsfactor. Daarmee geeft de succesvolle fundraising organisatie een verouderd en volgens veel deskundigen averechts advies.
James postte in de vorige draad een aardig nieuwsitem uit Nieuw Zeeland (zie filmpje hieronder), waarin een journalist stelt dat de sun scare campagnes van overheden een averechts effect hebben. Een verbeten dokter van de huidkankerclub staat gedurende het gesprek enkele malen met haar mond vol tanden, omdat ze duidelijk niet op de hoogte is van de laatste 20 jaar onderzoek naar zonlicht en vitamine D. Buiten zijn is heel erg paleo, onder meer (maar niet uitsluitend) vanwege die vanuit evolutionair perspectief cruciale blootstelling aan de zon.
We hebben het er vaker over gehad, maar de kracht van een boodschap zit hem in de herhaling. Toen de Deense arts Niels Finsen in 1896 aantoonde dat zonlicht tuberculose geneest, werd hij aanvankelijk weggehoond. Maar de waarneming was zo consistent dat de moedige arts er zeven jaar later alsnog een Nobelprijs voor kreeg. In 1906 ontdekte de Duitser Findau dat de UV-B straling in zonlicht cholesterol in de huid omzet in vitamine D3, cholecalciferol. Vitamine D is een prohormoon dat vervolgens door de nieren wordt omgezet in een hormoon dat overal in het lichaam talloze processen regelt of ondersteunt. De mens evolueerde onder de blote hemel met plenty zonneschijn. Ook op de hogere breedtes kon hij nog uitstekend overleven, omdat hij gedurende het winterseizoen teerde op een in het vetweefsel opgeslagen voorraadje. Toen hij zich met graan ging voeden, veranderde dat. Tarwe stoort de synthese, opname en werking van vitamine D. Het gevolg was een enorme evolutionaire druk, waardoor de op hogere breedtes levende slachtoffers van de agrarische revolutie razendsnel een blanke huid ontwikkelden. Een blanke huid heeft veel minder zonlicht nodig om vitamine D te produceren en zo werd gecompenseerd voor dit onmiddellijk dodelijke effect van graan. Ook met die blanke huid waren we nog voortdurend buiten. Je hoeft geen universitaire opleiding te hebben genoten om te kunnen bedenken dat wij, in onze kantoren, auto’s en huizen, minder zon krijgen dan onze voorouders. Bovendien worden we sinds de jaren ’70 elke zomer opnieuw gewaarschuwd voor de duivelse gevaren van zonnen. De Britse vitamine D-expert Dr Oliver Gillie neemt in zijn boek ‘Sunlight Robbery’ krachtig stelling tegen deze met belasting- en collectegeld betaalde angstcampagnes. Hij en een groeiende groep collega’s vragen zich hardop af of het in graniet gebeitelde advies om de zon te mijden als de pest niet de achterdeur uit is. Het verband met huidkanker is bijvoorbeeld onduidelijk, terwijl de relatie tussen vitamine D-gebrek en talloze vormen van kanker onomstreden is. Maar nieuwe ideeën, hoe voor de hand liggend ook, worden door het establishment per definitie enkele jaren tot decennia weggehoond, vooral als ze een heersend dogma ondermijnen. Enkele jaren geleden werd de Amerikaanse hoogleraar interne geneeskunde en dermatologie Dr Michael Holick door zijn universiteit ontslagen omdat hij in zijn boek ´The UV Advantage´ stelde dat het huidig advies om extreem voorzichtig te zijn met zonnebaden kanker in de hand werkt, in plaats van voorkomt. De Rotterdamse internist Bert Verhage overkwam min of meer hetzelfde, toen hij waagde vast te stellen dat mensen met botontkalking meestal een onaanvaardbaar gebrek aan vitamine D hebben. Holick en Verhage werden opvallend snel gerehabiliteerd, zij het in beperkte kring. In het toonaangevende tijdschrift ‘The American Journal of Clinical Nutrition’ zwakte de crème de la crème van het internationale vitamine-D onderzoek het vrijwel wereldwijde advies om zonnestraling zo veel mogelijk te mijden, onlangs (inmiddels zo’n 10 jaar geleden, MM, 2013) aanzienlijk af. Ook luidde het gezelschap de noodklok over ‘het wijd verbreide, nauwelijks onderkende, maar desastreuze gebrek aan vitamine D’. De inname van vitamine D uit voedsel moet voor binnen werkende burgers fors omhoog: van de huidige aanbevolen 200 Internationale Eenheden (IE) naar minimaal 1000 en liever nog naar 2000 IE. De actieve, door lever en nieren gemaakte eindvorm van vitamine D geeft steeds meer geheimen prijs. Circuleert er te weinig van het hormoon dan krijgen auto-immuunziekten als diabetes type 1 en multiple sclerose, maar ook aderverkalking, influenza en tal van kankervormen – op die influenza na overigens allemaal tarweziekten, maar daarover zo snel mogelijk meer – vrij spel. Vooruitblikkend op een schitterende paleozomer (morgen opent mijn buitenbad en het jouwe ongetwijfeld ook!) scheiden we feiten en fictie over zonlicht.
Misverstand: Onbeschermd zonnen is ongezond.
De feiten: Onbeschermd uren achtereen liggen bakken is ongezond. Geregelde blootstelling van de onbeschermde huid aan een verstandige dosis zonnestraling is volgens de jongste inzichten noodzakelijk voor een optimale gezondheid. Uit recente onderzoeken blijkt dat de verhoogde onderhuidse productie van vitamine D onder invloed van UV-B-straling een aantal veelvoorkomende, ernstige kwalen kan voorkomen. Niet alleen botontkalking, ook darmkanker, borstkanker, hoge bloeddruk, influenza, atherosclerose, depressie, diabetes type 1 en multiple sclerose vinden hun oorzaak tenminste deels in een chronisch gebrek aan vitamine D. Holick: “Het advies om de zon te mijden is achterhaald. Geniet ervan. Voorkom wel te allen tijde dat je verbrandt! Drie keer in de week 15 à 20 minuten in de zomerzon met het gezicht en blote armen en benen is genoeg. Dat lijkt weinig, maar veel mensen halen dat niet.” Holick is in goed gezelschap. Eind jaren ’90 kreeg hij steun van Sir Richard Doll, de epidemioloog die het onmiskenbare verband tussen roken en longkanker aantoonde (dit verband bestaat volgens mij alleen wanneer er tegelijkertijd sprake is van een overdaad aan linolzuur, MM, 2013). Lange tijd waarschuwde Doll tegen de gevaren van zonlicht, maar hij herzag zijn mening openlijk toen hij zich bewust werd van het belang van ‘fysiologisch correcte doses’ vitamine D. “Dit is geen ingewikkelde wetenschap,” zei hij niet lang voor zijn dood op 92-jarige leeftijd.
Misverstand: Een evenwichtige voeding levert voldoende vitamine D.
De feiten: Deze sussende boodschap heeft volgens de recente vitamine D special van het ‘American Journal of Clinical Nutrition’ potentieel dodelijke consequenties. Specialisten komen unaniem tot de conclusie dat de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid moet worden verhoogd van de huidige 200 IE naar tenminste 2000 IE. Wie niet elke dag een flinke portie vette vis eet, haalt die 2000 IE niet. Maar is vitamine D in zulke hoge doses niet giftig? Michael Holick hoort de vraag dagelijks. “Wie twintig minuten in zwembroek of bikini onder de zomerzon bivakkeert, maakt minimaal 10.000 IE aan. Ooit een Bay Watch met een vitamine D-vergiftiging gezien?” Een kleine nuance is anno 2013 op zijn plaats. De fotosynthetische vitamine D productie is rate limiting. Zodra er genoeg is aangemaakt, stopt het proces. En er zijn wat aanwijzingen dat blanke mensen een dusdanige vitamine D gevoeligheid hebben opgebouwd, dat ze lagere serumconcentraties nodig hebben om alle processen naar behoren te laten verlopen. 2000 IE is echter zo’n lage dosis, dat toxiciteit volgens de meeste deskundologen is uitgesloten.
Misverstand: We produceren ook ’s winters vitamine D.
De feiten: Zodra onze huid géén zonlicht ontvangt, maken we géén vitamine D. Internist en osteoporosedeskundige Dr Bert Verhage constateerde enige tijd geleden dat veel van de mensen die in het Rotterdamse Dijkzigt ziekenhuis voor botontkalking werden behandeld een ernstig vitamine D-tekort hadden. Zijn voorzichtige voorstel om die mensen eerst eens wat extra zon en vitamine D te geven in plaats van dure medicijnen, stuitte op zoveel weerstand bij zijn superieuren, dat Verhage het veld moest ruimen naar een buitenpost in Winschoten. Inmiddels geeft internationaal onderzoek hem dubbel en dwars gelijk. Volgens ondermeer de WHO kampt vrijwel iedereen op gematigde breedtes vrijwel het gehele jaar met een ‘subklinisch’ vitamine D-gebrek.
Misverstand: Zonnecrèmes hinderen de vitamine D-productie niet.
De feiten: Zonnecrèmes blokkeren UV-B straling en dus ook de omzetting van onderhuids cholesterol in vitamine D. Hoe hoger de beschermingsfactor, hoe groter de blokkade. Aan de andere kant is er geen bewijs dat het gebruik van zonnecrème beschermt. Het onderzoek naar de preventieve werking van zonnecrèmes op het ontstaan van huidkanker is niet eensluidend. De meeste studies laten geen effect zien, terwijl insmeren in een aantal onderzoeken juist tot méér huidkanker leidde (uiteraard bij gelijke exponering).
Misverstand: Van zonnen krijg je huidkanker.
De feiten: Het zal menigeen verbazen, maar een melanoom – de gevaarlijkste vorm van huidkanker waaraan in Nederland jaarlijks een honderdtal mensen overlijden – ontstaat meestal op plekken die zelden aan de zon worden blootgesteld, zoals de dijen, de rug, het kruis en zelfs de voetzolen. Maar niet alleen daarom ligt het idee dat zonnestraling de belangrijkste oorzaak van huidkanker is onder vuur. Ook epidemiologisch klopt het niet. “Er is bij blanken inderdaad een zwak verband tussen huidkanker en de breedtegraad,” stelt Dr Oliver Gill. “Europeanen die rond de evenaar gaan wonen, lopen een verhoogd risico. Maar als je kijkt naar het risico van blanken die gewoon in Engeland of Nederland wonen, dan zie je een heel ander beeld. Melanoom komt veel vaker voor bij mensen die achter een bureau zitten dan bij mensen die dagelijks buiten werken. Wie regelmatig in de zon vertoeft, heeft zelfs het kleinste risico. Het hoogste risico hebben mensen die nooit in de zon komen en mensen die dat heel af en toe maar dan ook meteen rigoreus doen. Op onze breedte heeft regelmatige blootstelling aan de zon een beschermend effect.” Gill noemt overheidscampagnes die tot doel hebben burgers bang te maken voor de zon en een gezond kleurtje ‘kortzichtig en een bedreiging voor de volksgezondheid.’ “Pigmentatie is een normale fysiologische reactie die beschermt tegen het mitogene (celkernbeschadigende) effect van te veel UV-straling. Niet voor niets zeggen we dat iemand ‘blaakt van gezondheid’. Het is boven elke twijfel verheven dat de dynamische ‘flow’ van vitamine D die ontstaat bij geregelde blootstelling aan de zon, 16 vormen van kanker helpt voorkomen. En paradoxaal genoeg zijn er veel aanwijzingen dat het melanoom daar in de toekomst aan zal worden toegevoegd.” Michael Holick: “Als je als overheid een advies geeft, moet je de risico’s verdomd goed tegen elkaar afwegen. Dat is in dit geval niet gebeurd. Eén op de 2000 mannen krijgt ooit huidkanker, een ziekte die, mits tijdig ontdekt, uitstekend te genezen is. Van die twee promille is hooguit 10 tot 15 procent een gevolg van te veel zon, de rest – en misschien wel alles – komt op het conto van andere risicofactoren als overgewicht en insulineresistentie. Voor elk geval van huidkanker dat je eventueel voorkomt door mensen uit de zon te jagen, krijg je tientallen gevallen van prostaat- en borstkanker terug.”
Misverstand: De zonnebank dient uitsluitend een cosmetisch doel.
De feiten: Dagelijkse blootstelling van de huid aan UV-B licht is de natuurlijkste vorm van vitamine D ‘suppletie’. Of dat licht nu van de zon komt of van een Philips, maakt fysiologisch geen verschil. Paradoxaal genoeg doen vooral donkere mensen er goed aan ’s winters een paar keer per week onder een kunstzon te duiken (en ‘s zomers zo vaak mogelijk buiten te zijn). Dermatoloog Holick: “Een donkere huid is een aanpassing aan tropische omstandigheden, met extreem intensieve zonnestraling. Een blanke huid is een aanpassing aan weinig zonnestraling (en dus vooral aan de anders direct dodelijke tarweconsumptie, die immers zand strooit in het vitamine D metabolisme, MM, 2013). De blanke huid melkt elk schaars zonnestraaltje uit om er vitamine D van te maken. Donkere mensen hebben vijf à zes keer zoveel zon nodig om een normale vitamine D status te houden als blanke mensen.”
Struise Hollandse (nog niet paleo) besmeert haar boterham met gezonde, hartvriendelijke, anti-inflammatorische Echte Boter, uiteraard voorzien van het Vinkje met de groene cirkel.
Het FD schrijft dat Unilever te kampen heeft met lager dan verwachte groei van omzet en verkoopvolumes. Die zijn met name terug te voeren op tegenvallende verkopen van ‘spreads’ – dat zijn margarines, pindakaas en andere eetbare olieën en vetten. Het voedingsmiddelenconcern gaat stappen zetten om het verloren marktaandeel terug te winnen. Consumenten blijken over te stappen naar goedkopere huismerken of roomboter (consumenten zien margarine als minder ‘natuurlijk’ dan boter). Unilever gaat vol inzetten op het beter over het voetlicht brengen van de natuurlijke en gezondheidswaarden van de margarines. Desinvesteringen (verkopen van verliesgevende onderdelen) zijn niet aan de orde.
Kennelijk begrijpen ze in Rotterdam nog steeds niet dat het publiek doorziet dat margarine geen gezondheids(meer)waarde heeft. Ook een mogelijkheid is dat ze zelf daadwerkelijk denken dat het inferieure product dat ze maken gezondheidswinst oplevert ten opzichte van bijvoorbeeld roomboter. Dat zou een bak zijn. Als ze hun eigen wishful science werkelijk geloven, houden ze misschien wel koppig vast aan een steeds verliesgevender, feitelijk ten dode opgeschreven product. Waar een nuchter bedrijf op tijd inziet dat een fopproduct zijn tijd heeft gehad en het stilletjes ten grave draagt, vertrouwen deze clowns er kennelijk blind op dat ze nieuwe trucs zullen verzinnen om het volk en zichzelf weer voor een jaartje of tien een rad voor ogen te draaien.
Daarom een oproep aan de Nederlandse boeren. Waarom horen we jullie niet? Promoot jullie prachtige grasboter nou eens als lekker en gezond, als bron van stabiel, biologisch belangrijk verzadigd vet, van omega 3 en vitamine K2. Nederlanders zijn zwaar deficiënt in K2, dat er in samenwerking met vitamine A en D ondermeer voor zorgt dat calcium in de botten wordt ingebouwd, in plaats van in de slagaders. Maak voor het groeiende leger paleo’s desnoods een variant helemaal zonder melkbestanddelen (dat laatste beetje caseïne, wat je er zo uithaalt) en zet het hip in de markt. Echt, de tijd is rijp. Wakkere jonge mensen (naar geest, niet naar leeftijd) zijn klaar met het cholesterolverhaaltje, de betutteling, de misleiding en de bangmakerij. Dit is het moment om jullie mooie product veel agressiever en professioneler te gaan promoten. Ik zie vaak borden in het land van boeren die een goede melkprijs eisen. En terecht. Maar jullie zijn wel een beetje erg mak, nietwaar? Waarom laten jullie je anno 2013 nog ringeloren door zo’n stelletje oplichters in Wageningen, Den Haag en Rotterdam, terwijl je nu alle kansen hebt om die gasten eindelijk de verdiende middelvinger te geven? Waar wachten jullie op? Echte Boter, goed voor hart- en bloedvaten!
Unilever is in crisismarkt Zweden (waar ze op een bepaald moment uit pure vertwijfeling sokken cadeau deden bij de Becel) een nieuw wanhoopsoffensief gestart. Open je eigen vetspaarrekening.
Zweedse tekst:
Roligt fett och tråkigt fett. Och så ser vi på det.
Fettkontot är ett konto för dig som vill ha mindre fett på mackan och istället äta lite annat, roligare fett. Fettkontot hjälper till med balansen. Med ett fettkonto får du snabbt reda på hur mycket fett du kan spara på ett år om du bara drar ner på smörgåsfettet till 28%.
Vertaling:
Leuk vet en saai vet. En zo kijken wij er tegenaan.
De vetrekening is de rekening voor jou, als je bereid bent wat minder vet op je boterham te smeren om in ruil daarvoor (dus als beloning, MM) een beetje ander, een beetje leuker vet te kunnen kiezen. De vetrekening helpt je de balans te vinden. Met een vetrekening zie je snel hoe veel leuk vet je kunt sparen als je een margarine met 28 procent vet op je brood smeert.
Kleine toelichting. Lätta – een Unilever halvarine – heeft 28 procent vet. De boodschap luidt dat je iedere boterham die je besmeert met Lätta (in plaats van met een smeersel met meer vet) mag compenseren met ondermeer croissants, brietaart, chips, Magnums, chocoladebollen en ander gezelligs.
Maak je geen illusies. Unilever – Vinkjespartner van het eerste uur en met een vette vinger in de Vinkjespap – heeft geen geweten.